03-12-11

Het echte leven


Gisteren moest ik voor het eerst in lange tijd weer betalen voor het openbaar vervoer. Ik maakte zeven euro over, in ruil voor een pasje dat me een onbezorgde reis zou bezorgen. Misschien was het wel gewoon weggegooid geld, want ik ben in al die jaren nog nooit gecontroleerd, maar als je net je Master hebt behaald, wil je niet meteen in aanraking komen met de controleurs van het GVB.

Het was al een tijdje bekend, hoewel ik er nog niet over bericht heb. Ik heb m’n studie dus met succes afgerond, want ik heb mijn Master behaald. Het laatste tentamencijfer liet nog even op zich wachten, maar op 16 november, precies een week nadat was afgesproken, waren de cijfers bekendgemaakt. Vol spanning keek ik op de cijferlijst. Toen ik mijn studentnummer had gevonden, kon ik het bijna niet geloven. Ik had het gehaald! Die dag had ik, toevallig, een afspraak met de decaan, die me verder kon helpen met de te nemen stappen. Het bulaanvraagformulier werd ook maar meteen afgeleverd bij het studiesecretariaat. Tot het eind van de maand zou ik nog student zijn, daarna niet meer.

In de eerstvolgende dagen ben ik redelijk met cadeaus overladen. Van mijn medestudenten kreeg ik een kaart en een taart en m’n ouders dachten me met zo’n modern Ipadd-geval blij te maken. Zo was alles alsnog goed gekomen, iets wat ik me een aantal jaar geleden niet had kunnen voorstellen, want mijn studententijd kende ook mindere fases.

Een jaartje STREEM
Al met al heb ik zeven jaar en twee (officieel drie) maanden gestudeerd. Het begon met Natuurwetenschap en Innovatiemanagement in Utrecht, waarna ik me twee jaar heb stukgebeten op Econometrie. Vervolgens ben ik Aarde en Economie gaan doen en dat was eigenlijk gewoon een schot in de roos. In precies drie jaar haalde ik de vakken, waarna ik de eenjarige Master STREEM (Spatial, Transport- and Environmental Economics) volgde.

Het was geen gemakkelijke tijd, vorig jaar aan het eind van de vakantie. Terwijl mijn nieuwe kamer werd ingericht, moest ik nog mijn laatste tentamen leren, waarna ik me net op tijd kon inschrijven voor de Master. Van tevoren zag ik het nog zonnig in: zoals dat bij economische studies gebruikelijk is, had ik twee vrije dagen in de week. Dan kon ik op alle gemak de economische opgaven doen waar ik in het verleden vaak goed in was.

In de praktijk viel het erg tegen. Die maandag hadden we de eerste lessen en meteen waren de hoopvolle voorspellingen verdwenen. Jargon, vreemde afkortingen, complex geleuter: echt wijs werd ik niet van de eerste colleges. We zaten met een behoorlijke groep in kleine klaslokaaltjes: naast een kluitje STREEM-studenten waren er ook een heleboel studenten van een andere economische opleiding. Tijdens de eerste drie weken zaten we met beide vakken, Micro-economics en Advanced Methods, met die andere groep opgescheept. De vakken waren verder wel goed gesynchroniseerd: van tevoren was iedereen “at random” in een werkgroepje ingedeeld en die indeling gold voor beide vakken. Zelf was ik in een groepje met twee chicks ingedeeld: een Oostenrijkse en een Griekse. De communicatie was lastig en ook wat betreft leerstof werden we behoorlijk in het diepe gegooid. Alleen Evelyn leek alles prima te begrijpen, terwijl ik vaak (bij Micro) geen idee had wat er van me werd verlangd. Ik voelde me behoorlijk dom.

De andere Aarde-en-Economie-studenten hadden in een bepaald opzicht meer mazzel: zij waren op de een of andere manier niet op tijd door het studiesecretariaat ingeschreven, waardoor ze de dans waren ontsprongen bij de groepsformatie. Zij vormden dus met elkaar een groepje. Daar hadden ze aan de ene kant geluk mee, aan de andere kant behaalde mijn groepje cijfers waar zij alleen van konden dromen. Toch had ik graag met ze geruild, want nu zat ik iedere dinsdag en donderdag tot vervelens toe aan die opgaven te prutsen met mijn groepsgenoten. Wat vorderde het werk traag en wat gingen de wijzers van de klok snel. Het deed me een beetje denken aan wat m’n moeder vroeger soms deed als ik m’n toetje niet meer op kreeg: ze bewaarde het in de koelkast, zodat ik het restje de dag erna kon verorberen. Tegen heug en meug zat ik dan een onaantrekkelijk ogende suspensie, waar al het leven uit was gegaan, op te eten, totdat het schaaltje leeg was. Nu duurde en duurde het maar voordat de opgaven klaar waren, waardoor we pas rond een uur of zeven naar huis konden, waarna ik m’n moeder maar belde dat ik weer wat later zou komen. Het ergste was eigenlijk nog wel dat ik ondanks de tijdsinvestering amper wat had geleerd.

In het tweede deel van Micro-economie kregen we vakken die wat meer op ons onderzoeksgebied waren toegespitst. De stof werd wat beter behapbaar en dat was wel nodig ook. Advanced Methods, wat eigenlijk gewoon een statistiekvak was, ging op dezelfde voet verder als eerst. Gelukkig begreep ik daar wat meer van, hoewel ik ook afhaakte als het over “finite fourth moments” ging. Wat het precies betekende en wat het praktisch nut ervan was, werd me vaak niet duidelijk. Kortom: typisch een gevalletje van docentengewauwel.

Uiteindelijk werd het tijd voor de eerste tentamenweek van de Master, waarin getest zou worden of we voldoende hadden opgestoken van de lessen. Door de goede werkcollegecijfers hoefde ik geen al te hoog cijfer te halen op het tentamen, maar dat deed ik natuurlijk wel. Althans, ik zakte grandioos voor Micro. Advanced Methods had ik tot mijn stomme verbazing wel gehaald. Had die rotperiode toch nog iets opgeleverd!

Intuïtie
Inmiddels woonde ik alweer een tijdje in Amstelveen, maar daar vertel ik een andere keer nog wel meer over. Het scheelde me in ieder geval wat reistijd voor de drie vakken die ik hierna zou krijgen. Van tevoren had ik een inschatting gemaakt van de vele vakken die ik voor de tweede periode kon kiezen. Naast een verplicht vak had ik de keuze uit enkele (ja ja, het woord zegt het al) keuzevakken. Ik dacht dat Network-Analysis en Applied Transport-Economics niet zo heel moeilijk zouden zijn. Daarnaast koos ik voor Regional & Urban Economics, een van de “verplichte” vakken. Zin in stoeien met Arc GIS had ik niet.

Al snel bleek dat mijn inschatting juist was. Network was niet al te moeilijk, terwijl Applied Transport een toepassing was van de dingen die ik met Advanced Methods had geleerd (veel regressiemodellen met Stata), wat ook leuk was. Urban was moeilijker te volgen, maar dat kwam vooral door het vrij complexe economische model (met daarin uiteraard veel formules) dat werd behandeld.

Voor mij was het in ieder geval een rustigere periode, waarin ik eindelijk een beetje tot rust kon komen. Ik raakte een beetje gewend aan het studentenhuis, kreeg m’n bul uitgereikt en ik werkte voor de werkcolleges samen met leuke mensen. Het verschil met het prille begin van de Master kon bijna niet groter. Dit was een beetje hoe ik de Master mij van tevoren had voorgesteld. J

Desondanks zaten er natuurlijk ook minder leuke momenten aan de vakken: naast tentamens had ik ook nog een presentatie voor Urban, alweer aan het eind van de lessen. Daarna mocht ik weer tentamens gaan leren. Doordat de tentamens vaak op een ongelukkig tijdstip werden gehouden, overnachtte ik in de tentamenweek weer “thuis”. De tentamens verliepen zeker niet zoals ik gedacht had, maar uiteindelijk had ik ze wel alle drie gehaald, wat ik eveneens een beetje apart vond. Uitgerekend Urban, het vak dat ik het moeilijkst vond, ging nog relatief het best op het tentamen. Applied Transport liep daarentegen voor geen meter. Een mager zesje was daardoor mijn deel, waar ik achteraf maar wat blij mee was.

Vaag
Na een weekje kerstvakantie mocht ik in het nieuwe jaar weer knallen: we hadden een vak waarin het de bedoeling was alvast literatuur te zoeken als (eventuele) voorbereiding van je Masterthesis. Voor deze Thesis had ik inmiddels een onderwerp: het werd een nog nader te bepalen aspect van het onderwerp parkeren. Het vak bestond vooral uit zelfstudie, maar dat ging me niet erg goed af. Ik had amper een idee wat er nou van me verwacht werd.

Inmiddels was ik gelukkig (?) geswitcht van persoonlijk begeleid(st)er bij mijn studentenhuis. Myrthe, de nieuwe PB’er, wist wel van aanpakken. Met mij ging het namelijk slecht. Ik wist niet goed wat ik moest doen voor het vak en ik miste de structuur door het ontbreken van een vaste dagindeling. Het gevolg: ik was iedere dag moe. Daarom planden we een gesprek met de docent van het vak, Mark L., een goedlachse docent, maar ook een beetje een chaoot. In een gesprek, waar ook Jos, mijn scriptiebegeleider, bij was, kregen we eindelijk scherp wat de bedoeling was. Vervolgens ben ik als een gek aan de slag gegaan en uiteindelijk haalde ik het vak op het nippertje, na mijn medestudenten te hebben verrijkt met een gelikte presentatie in een taal die op Brits Engels had moeten lijken.

Donald Duck
Doordat ik eerder drie vakken had gevolgd, hoefde ik er nu nog maar één. Ik besloot Transport-Economics te volgen, dat leek me wel aansluiten op Applied Transport-Economics. Dat viel uiteindelijk wel wat tegen. Wel had ik nu veel tijd en die kon ik gebruiken om aan m’n scriptie te werken. Zoals zo vaak ging me dat maar matig af. Het werk vorderde langzaam. Een gebrek aan urgentie was de hoofdschuldige, hoewel ik ook vooral met de saaie dingen was begonnen: literatuur zoeken, achter informatie over het parkeerbeleid komen en dat soort saaie dingen. Liever zat ik oude Donald Ducks te lezen.

Het tentamen van Transport had ik geleerd aan de hand van een zelfgemaakt uittreksel. Doordat ik bij het opstellen van het document de formules geregeld was tegengekomen, bleven ze redelijk in m’n hoofd. Ik begon de onderwerpen op een gedetailleerder niveau te begrijpen, hoewel ik nog steeds niet helemaal overtuigd was of het genoeg was om het tentamen te halen. Uiteindelijk sloot ik het vak af met een mooie acht, waar had ik me eigenlijk zorgen om gemaakt?

Thesis
Ik had dus alle vakken gehad en nu moest ik in drie maanden proberen een goede Thesis te schrijven. Ik was blij dat ik een onderwerp had en dat er een vrij strak tijdschema was bedacht, zodat ik niet, zoals het jaar ervoor, pas halverwege de vakantie klaar was. In de eerste weken was ik echter nog steeds bezig met de saaie dingen en pas later ging ik eindelijk van start met het leuke: de data analyseren in Stata (een statistieksoftwarepakket). Toen kwamen de moeilijkheden pas echt. Welke data gooi je weg, welke variabelen neem je op in de vergelijking, enz., enz.

Tussendoor hadden we een aantal presentaties. De groep was in drieën opgeknipt, gebaseerd op het thema, waardoor er nog maar iets van zeven of acht toehoorders overbleven. In theorie althans, want in de praktijk waren het er nog minder. Wie mijn presentaties heeft gevolgd, zal het wel zijn opgevallen dat de uiteindelijke onderzoeksopzet veel veranderingen onderging. Zelfs de ontwerpversie onderging nog grote veranderingen naar het eindresultaat. Uiteindelijk was ik tevreden over het boekwerk en dan vooral de vormgeving. Inhoudelijk was het wat minder en dat kwam vooral doordat ik geen overtuigende conclusie kon trekken: de resultaten hingen sterk af van de specificatie van het model. Wel heb ik een tijd kunnen doen wat ik graag doe: stukjes schrijven en “recepten” schrijven voor Stata. Dat ik uiteindelijk een “acht” kreeg, was al helemaal mooi.

Zo ging ik trots de vakantie in. In het nieuwe jaar moest ik nog één vak doen: Micro. Ditmaal moest het me toch lukken? Samen met een heleboel Aarde-en-Economie-studenten ging ik de strijd aan. Hoewel het helaas niet mogelijk was om vrijstelling te krijgen voor de opdrachten, was die domme voorbedachte groepssamenstelling overboord gegooid, zodat ik een groepje kon vormen met degenen waarmee ik jarenlang in de klas had gezeten. Het ging tijdens de werkcolleges zelfs zo goed, dat ik me bijna niet voor kon stellen dat het een jaar ervoor niet was gelukt. Wat een contrast! Natuurlijk scheelde het dat ik maar één vak had, maar nu haalden we meteen flink hoge cijfers en leek het allemaal betrekkelijk eenvoudig. Tijdens de werkcolleges was Kasper de ster. Ik hoopte dat ik tijdens het tentamen de schijn kon ophouden dat dat cijfer evenzeer tot stand was gekomen door mijn inspanningen. Ik wilde niet nog een keer meeliften en dan “nat gaan” op het tentamen. Opmerkelijk genoeg behaalde ik vervolgens het hoogste cijfer van mijn groepje…

Daarmee rondde ik mijn Master succesvol af. Het “echte” leven kan beginnen, of heb ik dat juist net afgesloten?

2 opmerkingen:

  1. Mooie beschrijving van je laatste fase student zijn! Toch een prima traject om op terug te kijken. Bijzonder toch hoe een heldere studieaanpak soms grote resultaten kan hebben! Helderheid en structuur hebben absoluut hun waarde! Helaas is dat lang niet altijd te vinden.

    Hoop en denk dat je door die helderheid zeker meer enthousiasme hebt kunnen vinden voor het vakgebied waarin je bezig bent (geweest). Denk je dat dat een positieve impact had? Wel mooi dat je nu kunt gaan kijken wat voor verdere stappen je kunt maken! Jammer van de vervoerskosten; maar je moet wat :P

    Overigens: die persoonlijke ov-chipkaart die je als student gekregen hebt kun je gewoon nog blijven gebruiken hoor. Alleen het 'Studentenreisproduct' is vervallen als het goed is. Dus als je op die OV Chipkaart geld zet kun je die gebruiken, in plaats van die 7 euro kaart.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Op dit moment is mijn leven niet echt gestructureerd. Ik heb nog niet echt m'n draai kunnen vinden, maar ik verwacht dat dat wel bijdraait. ;)

    Die dagkaart was hopelijk een eenmalige actie. Ik had pas op de 30e via internet afstand gedaan van het gratis reizen. Dat moest nog verwerkt worden, dus stond dat reisproduct nog niet klaar. Omdat ik in overtreding zou zijn als ik met m'n OV-chipkaart zou in- en uitchecken, heb ik maar zo'n kaartje aangeschaft.

    PS. Ik zou nog een brief krijgen van de NS voor zo'n kortingskaart.

    BeantwoordenVerwijderen

Heeft u vragen en/of toevoegingen, laat dan hier een reactie achter: