27-09-15

Beter een doodsaaie race...

Luis oppermachtig in Suzuka

Het was een emotioneel weekend voor de Formule 1, dat terugkeerde naar het circuit waar vorig jaar met een afschuwelijke klap een einde kwam aan het leven van Jules Bianchi. Ondanks een hoop clowneske vertoningen viel er ook dit jaar buitengewoon weinig te lachen. Luis won onbedreigd en evenaarde Senna met zijn 41e overwinning.

Het einde van het seizoen nadert en dus beraden de teams en coureurs zich op hun toekomst. Zo staat de toekomst van de teams van Red Bull op het spel omdat ze hebben gebroken met motorpartner Renault. Mercedes had weinig zin om het team van motoren te voorzien en Ferrari had ook zo zijn twijfels. De toekomst van het bijna-failliete team van Lotus is ook nog ongewis. Het team zou door datzelfde Renault worden overgenomen, maar de onderhandelingen duren langer dan voor beide partijen gezond is. De recentelijk toch wat schuldbewust lijkende Bernie Ecclestone was bereid om diep in zijn buidel te tasten om het team overeind te houden. Tot slot waren er nog geruchten over de toekomst van Jenson Button. De sympathieke ex-wereldkampioen ergerde zich al het hele jaar groen en geel aan zijn McLaren en had weinig zin meer om nog veel langer achteraan rond te toeren.

Voor Mercedes was de Japanse Grand Prix een belangrijke: nadat het team vorige week in Singapore gigantisch door het ijs was gezakt, wilde het graag weten of dat iets eenmaligs was, of dat het zijn voorsprong op de rest echt ineens kwijt was. Op het snelle, achtvormige circuit domineerde de grijze bolides weer als vanouds, wat betekende dat ze in Singapore gewoon enorm de mist (of de smog) in waren gegaan met de afstelling. Rosberg pakte verrassend zijn tweede pole van het seizoen voor Luis, terwijl de Ferrari's nog werden verslagen door de Williams': Bottas kwalificeerde zich als derde, voor Fattle, Massa en Räikkönen. Slecht op dreef was Kwjat, die zijn wagen in de kwalificatie door een domme fout volledig afschreef en vanuit de pits kon starten. Max had een zoveelste defect in de kwalificatie, waardoor hij zich slechts onder in de middenmoot kwalificeerde. Tot overmaat van ramp moest hij nog een aantal plekken inleveren omdat hij zijn auto niet tijdig aan de kant had gezet.

Hoe belangrijk het hebben van een goede uitgangspositie is, blijkt al snel in de race, want inhalen blijkt ondanks DRS vrijwel onmogelijk. Bij de start maakt Luis zijn in de kwalificatie opgelopen achterstand meteen ongedaan. Zij aan zij duiken de Mercedes de eerste bocht in. Luis zit aan de binnenkant en drukt Rosberg rücksichtslos van de baan. De Finse Duitser verliest snelheid en ziet ook nog Fattle en Bottas passeren. Meer drama is er verderop, waar Ricciardo een goede start heeft en zijn wagen tussen die van Massa en Räikkönen probeert te persen. Doordat het gat steeds kleiner wordt, klapt de vrolijke Australiër op de verongelijkte Braziliaan. Beide wagens lopen een lekke band op en kruipen terug naar de pits. Ondertussen vliegt Pérez uit de eerste bocht en dus komt hij ook aan het eind van de eerste ronde naar de pits voor nieuwe banden.

In de race gebeurt aanvankelijk weinig. Slechts de McLarens zorgen in de thuisrace van motorleverancier Honda ongewild voor wat actie als ze op het rechte stuk van start/finish door alles en iedereen voorbij worden geblazen. Alonso, die na de kwalificatie nog erg voldaan was, was in de race woedend op zijn "GP2-motor" die hem niet in staat stelde om enig weerwerk te kunnen leveren. De Saubers en Toro Rosso's vlogen de zwarte bolides voorbij alsof ze stilstonden. Opmerkelijk genoeg was Ericsson weer eens de voorste Sauber, maar na een knullige spin in Spoon was hij tot een verblijf in de achterhoede veroordeeld.

Vooraan gebeurde, zoals gewoonlijk, helemaal niks. Luis reed kalmpjes weg bij Fattle, die op zijn beurt wegreed bij Bottas, Rosberg en Räikkönen. Rosberg sloeg zijn slag na de eerste serie pitstops. Hij stopte later dan Bottas en reed na zijn stop gauw het gat dicht, waarna hij zijn bolide er in de chicane brutaal langs gooide. Bij de tweede serie pitstops deed hij het omgekeerde: door een vroege tweede stop ging hij Fattle voorbij, zodat hij toch nog op de tweede plaats uitkwam, ver achter teamgenoot Luis.

In de middenmoot gebeurde het nodige en het onnodige. Zo vond Max zich na een slechte stop terug tot achter Alonso en Kwjat. De Rus had het hele weekend ruzie met zijn wagen en kwam de McLaren maar niet voorbij. Max kon op zijn beurt Kwjat niet voorbij. Het probleem loste zichzelf op toen Kwjat vroeg de pits indook, waarna Max de tweevoudig wereldkampioen uiteindelijk buitenom in de eerste bocht inhaalde. Hij lag toen bijna een halve minuut achter teamgenoot Science, die de hele race vrij baan had en de Loti begon op te jagen. Zijn ondergang was de tweede serie pitstops, toen hij zijn voorvleugel molde bij het binnenrijden van de pits. Door zijn lange stop kwam hij nog achter Max op de baan. Het betekende ook dat hij zich klemreed op Pérez, die nog het beste van zijn race probeerde te maken door zijn stops heel lang uit te stellen. Na zijn laatste stop reed Max het gat naar zijn teammaat gauw dicht, waarna de gedesillusioneerde Science hem er zonder slag of stoot langs liet. Het betekende dat de Toro Rosso's nog net in de punten eindigden, maar dat zal niet voor veel lachende gezichten hebben gezorgd bij het voormalige Minardi-team: met een zesde plaats van Hülkenberg en de zevende en achtste plaats van Grosjean en Pastoor liepen Force India en Lotus weer verder weg bij l'équipe de Franz Tost.

Winnaar van de race was Luis, die bijna nog minder airtime kreeg dan de Manors, die tegen het einde van de race nog werden ingehaald door Massa. Stevens zorgde aan het eind van de race voor wat spektakel door in de befaamde 130R-bocht op hoge snelheid te spinnen, maar hij wist zijn wagen knap uit de muur te houden. Teamgenoot Alexander Rossi, die vorige week het stuurtje van Merhi had overgenomen, kon nog net op tijd uitwijken en besliste het stalduel voor de tweede keer in zijn voordeel. Rosberg werd tweede, voor Fattle, die niet helemaal tevreden was met de strategie. Räikkönen werd uiteindelijk nog vierde, voor Bottas, die bandenproblemen verantwoordelijk hield voor zijn wat magere resultaat. Hülkenberg pakte na zijn mindere optredens van de afgelopen keren een gedegen zesde plaats, voor de Loti en de Toro Rosso's. Alonso harkte wonder boven wonder nog een elfde plaats binnen, voor Pérez. Verliezers van de race waren de Red Bulls, die door alle problemen buiten de punten eindigden. Het team was geen schim van het team dat vorige week nog om de overwinning vocht. Ook Sauber had een hoop stof tot nadenken: de blauw-gele bolides zakten gedurende de race steeds verder weg. Dat de hopeloos trage Nasr vlak voor tijd als enige rijder op moest geven, maakte de zaken er niet beter op voor het Zwitserse team.

In ieder geval versterkte Luis zijn koppositie door zijn 41e zege, waarmee hij zijn idool Senna evenaarde. De derde wereldtitel, waarmee hij Senna eveneens zou evenaren, lijkt slechts een kwestie van tijd. Het vormverlies in Singapore was kennelijk iets eenmaligs, zo bleek in de doodsaaie race in Japan. Maar met de gebeurtenissen van vorig jaar in het achterhoofd: beter een doodsaaie race dan een dodelijke race.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Heeft u vragen en/of toevoegingen, laat dan hier een reactie achter: