16-04-16

Persoonlijke ontwikkeling

De afgelopen jaren is er in mijn leven veel gebeurd. Ik heb niet stilgezeten en ik ben me maar al te zeer bewust van hoe ik ben veranderd. Vier jaar geleden schreef ik een artikel over hoe ik mij had ontwikkeld. Het artikel ging vooral over mijn studietijd en over de dingen waar ik toen enorm tegenop zag. Over die veldwerken die ik enorm spannend vond. Twee weken van huis! Mensen enquêteren! Een enigszins wetenschappelijk verantwoord verslag schrijven! Het is niet dat ik daar nu mijn hand niet meer voor omdraai, maar tegenwoordig heb ik weer hele andere uitdagingen. Ik woon nu zelfstandig en ik probeer mijn zelfstandige leven op een aangename manier voor mijzelf in te richten. Ik ben op zoek naar een vaste baan en ik zou graag eindelijk eens een vriendin willen. Voor de gemiddelde man die tegen de dertig loopt zijn dat waarschijnlijk al gepasseerde stations, maar voor mij zijn het nog steeds vervelende obstakels.

Toch was ik met die problematiek begin 2012 nog niet bezig. Ik was net afgestudeerd en ik had op de universiteit wat werk aangeboden gekregen. Het leven was toen nog eenvoudig en ongecompliceerd, maar al gauw kwam daar verandering in. Voor m’n gevoel kreeg ik in dat ene jaar genoeg ellende voor een heel mensenleven te verwerken. Het heeft me minstens een jaar gekost om de boel in mijn leven weer een heel klein beetje op orde te krijgen, maar ik ben de klap nog steeds niet helemaal te boven. Misschien zal dat ook wel nooit gebeuren. Soms heb ik het idee dat het weer beter gaat en denk ik dat ik de wereld misschien wel aankan. Helaas duren die momenten niet al te lang. Al snel val ik terug en zie ik overal enorm tegenop en komt er niets meer uit mijn vingers. Falen is in mijn leven gewoon geworden. Slagen voelt ongemakkelijk en onvertrouwd.

Ook ben ik in de tussentijd een hoop contacten kwijtgeraakt. Dat heeft waarschijnlijk drie oorzaken. De geleidelijke overgang naar zelfstandig wonen heeft er natuurlijk voor gezorgd dat ik nu veel minder mensen om me heen heb. Daarnaast zijn veel vrienden en kennissen afgestudeerd en eveneens aan het werkzame leven begonnen, waardoor ze verder weg zijn gaan wonen en minder tijd hebben. En ten slotte is Facebook geen MSN. Diepgaande gesprekken (voor zover ik die vroeger op MSN gevoerd heb) zijn er vaak niet bij. Aan de andere kant lukt het me niet echt om nieuwe vrienden te maken. Ik ben daar nooit zo goed in geweest en in deze barre tijden lukt het me helemaal niet. Door alle ellende van de laatste jaren ben ik niet meer zo’n leuke gesprekspartner en dat stoot ook mensen af. Eerst moet ik maar weer goed in m’n vel zitten en dan hebben die vriendschappen misschien ook kans van slagen.

Dat gezegd hebbende: ik heb sinds ruim anderhalf jaar wel meer contact op mijn werk. In de zomer van 2014 werd onze afdeling verbouwd. De chaos betekende dat ik mijn oude, vertrouwde werkplek kwijtraakte en daar was ik natuurlijk niet zo blij mee. Gelukkig was het in de week na de verbouwing rustig en kwam ik op de kamer met twee Chinese dames die me redelijk in de watten leggen. Tja, het leven kan soms raar lopen. Ook ben ik sinds een aantal maanden lid van de feestcommissie van ons departement. Tja, een lelijke uitvoering van Johan Derksen die in de feestcommissie zit, daar kan ik de humor nog wel van inzien. In ieder geval heb ik nu op mijn werk wat aanspraak en oefen ik elke week m’n Engels, want Chinees is nog steeds Chinees voor me. Laatst struikelde ik over het woord specific. Het lukte me maar niet om eerst de s en daarna de p uit te spreken, iets waar normaalgesproken alleen kleine kinderen last van hebben, maar ik nu dus ook. Een kwestie van te weinig praten denk ik, want zo’n tongbreker is dat woord nou ook weer niet.

De afgelopen jaren heb ik ook geprobeerd om wat zichtbaarder te worden in deze wereld. Ik was naarstig op zoek naar status en daarom wilde ik iets bijzonders produceren. In 2013 zat ik al over het schrijven een boek na te denken. Iets met verloren en gewonnen kampioenschappen. Uiteindelijk trok ik de conclusie dat ik van de meeste sporten niet genoeg wist om er iets zinnigs over te schrijven, dus besloot ik maar iets over de Formule 1 te schrijven, want van die sport meende ik wel enig verstand te hebben. Een boek schrijven doe je natuurlijk niet zomaar en het grootste gedeelte van mijn vrije tijd ging in 2014 op aan onderzoek. Ik probeerde namelijk het inhaalprobleem van de Formule 1 te doorgronden en dus was ik geregeld bezig met patronen in de data te ontdekken en hypotheses te toetsen. Begin 2015 had ik dan eindelijk mijn boek De technische geheimen van de Formule 1 af. Voor de verkoopcijfers had ik het niet hoeven doen, maar de naamsbekendheid die het mij opleverde en het interview in het regionale sufferdje vond ik veel belangrijker.

Inmiddels heb ik een hoop nieuwe inzichten verworven, dus misschien kan ik nog een vervolg op het boek schrijven. Helaas vordert het onderzoek niet zo snel als ik had gehoopt. Ik ben niet iemand die zich blind op een taak stort, maar ik vraag me altijd af of mijn manier wel goed is en of het niet makkelijker kan. Doordat ik een beetje schermblind aan het worden ben, probeer ik ook niet te lang intensief naar het scherm te kijken. Het gevolg is dat ik op sommige dagen niet echt op gang kom en maar weinig doe. In ieder geval is het Formule 1-onderzoek een lastige puzzel waarbij ik met veel moeite steeds weer enkele puzzelstukjes vind. Hopelijk kan ik later dit jaar de puzzel dan ook echt leggen, maar de hoeveelheid werk die ik daarvoor nog moet verzetten, is behoorlijk. Wel heb ik het idee dat ik als onderzoeker de laatste jaren gegroeid ben en dat ik doelgerichter en preciezer data kan analyseren dan vroeger. Is er toch nog iets ten goede veranderd…

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Heeft u vragen en/of toevoegingen, laat dan hier een reactie achter: