25-11-13

Het formule 1-rapport

Steeds weer een andere winnaar, middenmoters die in de race ineens naar het podium oprukten en een kampioenschap dat pas in de laatste race beslist werd: dat was een korte samenvatting van het formule 1-seizoen van vorig jaar. Een heel contrast met dit jaar, want het afgelopen formule 1-seizoen zal eigenlijk alleen nog om de vele ontplofte banden en de vele overwinningen van Vettel worden herinnerd. 

FIA
Het was dus geen best jaar voor de formule 1. Inmiddels kunnen we wel zeggen dat de maatregelen om de sport leuker en interessanter te maken niet hebben gewerkt: DRS zorgt alleen voor een hoop neppe inhaalacties, de Pirelli-banden waren eventjes (begin 2011) leuk, maar sindsdien zijn de coureurs alleen nog bezig met banden te sparen en dat komt het spektakel zeker niet ten goede. De extreem snel slijtende banden vloeiden voort uit het bijtankverbod, misschien wel de slechtste reglementswijziging ooit. En dan is er nog dat testverbod waar iedereen zich groen en geel aan ergert. Kostenbesparingen en een wedstrijdleiding die constant politieagentje speelt: niks mag tegenwoordig meer. De kijker is inmiddels het kind van de rekening geworden.

Pirelli
Het was geen goed jaar voor Pirelli. De bandenfabrikant had in al zijn wijsheid besloten de constructie en de samenstellingen van de band te veranderen en dat was op zijn zachtst gezegd geen goed idee: de banden waren veel te fragiel. Al bij de wintertests klaagden de teams over de enorme bandenslijtage. Daarna was er nog die geheime bandentest met Mercedes die veel kwaad bloed zette. En alsof dat niet genoeg was, explodeerden er geregeld banden, met als triest dieptepunt de Grand Prix van Groot-Brittannië halverwege het seizoen. Opnieuw kreeg Pirelli een hele strontkar over zich heen, hoewel dat niet geheel terecht is: de teams waren medeschuldig door alle veiligheidsvoorschriften in de wind te slaan. Maar toch: de liefde tussen de formule 1 en de bandenfabrikant, die nog wat mopperde over het gebrek aan testmogelijkheden, is ernstig bekoeld. Desondanks heeft Pirelli tot 2018 bijgetekend en dus zit de formule 1 nog vijf jaar aan de bandenfabrikant vast. Of andersom. 
4

Coureurs

Sebastian Vettel (Fattle) – Red Bull
Wereldkampioen met 397 punten 
Dominant. Dat is het enige woord waarmee Vettels seizoen valt te omschrijven. Na de zomerstop was hij onverslaanbaar en boekte hij negen (!) zeges op rij. Het was niet het enige wapenfeit waardoor Vettel in de recordboeken kwam: op je 26e vier wereldtitels achter je naam hebben, dat doet ook niet iedereen je na. En toch begon Vettels seizoen helemaal niet zo overtuigend en Red Bull klaagde steen en been over de nieuwe Pirelli-banden. Toch voerde Vettel al vanaf de tweede race het kampioenschap aan en nadat de banden waren aangepast, liet hij geen spaan heel van de concurrentie: in zijn eentje maakte hij zijn team Red Bull kampioen bij de constructeurs. 
10 

Fernando Alonso - Ferrari 
2e met 242 punten 
In het begin van het seizoen moet Alonso zichzelf de nodige kansen hebben toegedicht: zijn bolide was redelijk snel en ging goed met de banden om; een hele verbetering ten opzichte van dat hok van vorig jaar, waarmee hij wel bijna wereldkampioen werd. Dan zou het nu toch moeten lukken? Het antwoord was nee. In de eerste seizoenshelft liet Alonso hier en daar dure punten liggen en na de zomerstop was er geen houden meer aan: vanaf de Grand Prix van Duitsland zag Alonso zijn achterstand op Vettel alleen maar oplopen en mocht hij blij zijn dat hij na 2007, 2010 en 2012 opnieuw vicewereldkampioen werd. 

Mark Webber – Red Bull 
3e met 199 punten 
Aan Mark Webbers formule 1-carrière is een einde gekomen. De teamgenoot van de wereldkampioen kwam ook in 2013 amper in het stuk voor. Hoewel de Australiër dolgraag nog eenmaal een race winnend had willen afsluiten, lukte hem dat in zijn laatste formule 1-seizoen geen enkele keer, terwijl teamgenoot Vettel de zeges aan elkaar reeg. Slechts tweemaal kwam de Red Bull met startnummer 2 in de buurt van de zege: in Maleisië en Japan, maar uiteindelijk bleef de oogst beperkt tot vijf tweede plaatsen en een derde plek in het kampioenschap met slechts de helft van Vettels punten. "Not bad for a number-2 driver." Gelukkig zal Webber volgend jaar niet meer in de schaduw van de jonge Duitser staan. 

Lewis Hamilton (Luis) – Mercedes 
4e met 189 punten 
Na zijn vierde plaats in 2012 eindigde Hamilton ook in 2013 als vierde, geen slecht resultaat gezien zijn overstap naar het kwakkelende Mercedes. Hoewel Hamilton maar een puntje minder scoorde dan vorig seizoen, bleef de titel dit jaar wel ver buiten bereik. Oververhitte banden, remmen die niet goed werkten, een scheurtje in het chassis: door verschillende omstandigheden kwam Hamiltons snelheid er niet altijd uit. Maar toch: al jaren trekt Hamilton als een magneet alle pech aan. Een lekke band doordat hij door de brokstukken reed. Een lekke band doordat hij zich bij de start tussen twee Red Bulls probeerde te wurmen. Een lekke band doordat hij een achterblijver niet zag. Hamilton sneed zichzelf vaker wel dan niet in de vingers en moest toezien hoe hij op de valreep nog werd terugverwezen naar de vierde plek in het kampioenschap en was daar heel verdrietig over. Maar toch: Mercedes werd wel tweede bij de constructeurs en dat hadden ze nog niet eerder gepresteerd. 
8

Kimi Räikkönen – Lotus 
5e met 183 punten 
Het seizoen begon veelbelovend voor de Fin, die de openingsrace overtuigend won. Zou Räikkönen al in zijn tweede jaar voor de titel kunnen gaan? Het antwoord was nee, want bij het financieel leeggezogen Lotus ging langzaam het licht uit, wat resulteerde in een teleurstellende tweede seizoenshelft. Räikkönen voelde zich door zijn team aan het lijntje gehouden en dat had zijn weerslag op de prestaties: in België kwam er een eind aan Räikkönens voorbeeldige reeks van 27 puntenfinishes toen zijn bolide halverwege de race zijn remmen uitbraakte. Na nog twee keer op het podium te hebben gestaan, hield hij het na de Grand Prix van Abu Dhabi maar helemaal voor gezien: hij liet zich aan zijn rug opereren, zodat hij volgend jaar bij Ferrari weer fris en fruitig aan de start kan gaan. 

Nico Rosberg – Mercedes 
6e met 171 punten 
Degelijk, maar weinig sprankelend. Dat is de omschrijving van de prestaties van talenwonder Rosberg in de formule 1. Als Hamilton problemen had, was Rosberg sneller, maar anders was hij gewoon de tweede man; een status die hij in Maleisië al bleek te hebben. Over het algemeen was Rosberg een erg snelle tweede man: hij scoorde twee overwinningen (eentje meer dan Hamilton) en bleef ook in het kampioenschap aardig bij. Aan de andere kant kende hij ook een hoop beduidend mindere optredens, maar finishte hij in de tweede seizoenshelft wel altijd in de punten. Het teken van een groot kampioen? Daarom valt het te hopen dat Mercedes volgend jaar op de ingeslagen weg door kan gaan. Aan de Mercedes-motor zal het niet liggen. 
7

Romain Grosjean (First Lap Nutcase) - Lotus 
7e met 132 punten 
Door het wegvallen van Räikkönen werd Grosjean gedurende het seizoen steeds meer de eerste man van het team. Een rol die de timide Fransoos wel leek te bevallen: hij kreeg alle steun van het team en ineens vocht hij om de podiumplaatsen mee. Hoewel het niet genoeg was om Räikkönens puntentotaal te verbeteren, of om Lotus nog naar de derde of zelfs tweede plaats in het constructeurskampioenschap te tillen, oogstte Grosjean wel een hoop lof met zijn sterke en vooral foutloze optredens. Hij heeft het predicaat “First Lap Nutcase” overtuigend van zich afgeschud. 
7

Felipe Massa – Ferrari 
8e met 112 punten 
Na acht jaar is het doek gevallen voor Massaatje bij Ferrari. Aan het eind van het seizoen maakte de Italiaanse renstal bekend dat er volgend jaar geen plaats meer zal zijn voor de kleine Braziliaan. Massa ging niet bij de pakken neer zitten en probeerde in de laatste races nog een teambaas te overtuigen. Dat is gelukt: Frank Williams hapte toe. Toch bewees Massa in zijn laatste races bij Ferrari ongewild waarom hij bij Ferrari steeds waterdrager was: toen hij voor eigen succes reed, schoot hij zich constant in de voet. Door overoptimistische inhaalacties bij de start, een snelheidsovertreding in de pits en een straf voor het afsnijden van het circuit liet hij veel punten liggen: teamgenoot Alonso scoorde er twee keer zo veel. 

Jenson Button (Dutton) – McLaren 
9e met 73 punten 
Als een robot stuurde Button zijn zilveren bolide over het circuit. Als het team hem vroeg om drie seconden per ronde langzamer te rijden om de banden een paar ronden langer in leven te houden, dan deed de 33-jarige Brit dat gewoon. Zonder franje reed Button in de rondte, daarbij de camera’s ontlopend. In ieder geval werd de McLaren met startnummer 5 in alle races geklasseerd, maar lang niet altijd in de punten. Slechts een enkele keer mocht Button ruiken aan het podium, maar uiteindelijk moest hij in 2013 genoegen nemen met één lullige vierde plaats.
6 

Nico Hülkenberg – Sauber 
10e met 51 punten 
Tot de zomerstop leek het helemaal nergens op bij Hülkenberg. Hij scoorde sporadisch punten en dat was niet helemaal hoe hij zijn overstap van Force India naar Sauber had voorgesteld. De nieuwe Pirelli-banden kwamen echter als geroepen en vanaf de Grand Prix van Italië ging Hülkenberg echt los. Een sterke eindsprint volgde voor Hülkenberg, die in de tweede helft van het seizoen altijd sterk is. Even leek het erop dat hij zijn nieuwe team eigenhandig voorbij zijn oude werkgever zou rijden, maar dat lukte net niet. De tiende plek in het WK is natuurlijk wel een prestatie van formaat. Voor Hülkenberg is het wel te hopen dat hij volgend jaar weer ergens rijdt – en dat hij daar ook eens voor betaald wordt. Keert hij weer terug naar Force India? 

Sergio Pérez (Chicko) – McLaren 
11e met 49 punten 
Een impulsaankoop, meer was hij niet. Dat is het gevoel dat Pérez aan zijn jaar bij McLaren moet hebben overgehouden. Nadat hij drie podiumplaatsen had behaald in een Sauber, stonden de teams voor hem in de rij, maar nu, na een mager jaar bij McLaren, moet hij maar hopen dat iemand hem nog wil hebben. Zo snel kan dat gaan in de formule 1. Het was ook geen makkelijk jaar voor Pérez: de wispelturige McLaren was een grote flop en het lukte hem niet om veel indruk te maken. McLaren had genoeg gezien en contracteerde uit het niets Kevin Magnussen. Pérez toonde in de laatste races het ongelijk van zijn team aan door zijn ervaren teamgenoot geregeld af te troeven. Hopelijk is het genoeg om nog een teambaas te overtuigen. 
6

Paul di Resta (DRS’ta) – Force India 
12e met 48 punten 
Wat was Force India in het begin van het seizoen gelukkig: het Indiase team kon het grote McLaren uitdagen en dat was voor een groot gedeelte te danken aan Di Resta: de Schot haalde het maximale uit de Pirelli’s en verraste in de races. Het ging mis in de tweede helft van het seizoen: na de bandenwissel lukte niks meer. Tot overmaat van ramp smeet Di Resta zijn bolide geregeld in de muur, waardoor hij ruim drie maanden zonder punten bleef. Slecht voor de beeldvorming, want hoewel Di Resta duidelijk meer punten scoorde dan teamgenootje Sutil, moet hij zich wel grote zorgen om zijn positie maken. 
6 

Adrian Sutil (Subtiel) – Force India 
13e met 29 punten 
Een wildebras. Een andere omschrijving lijkt er niet te zijn voor Sutil. Te vaak kleunde hij op andere auto’s en dat kostte hem de nodige punten. Bovendien werd hij zowel in de kwalificaties als in de races door teamgenoot Di Resta verslagen – zijn puntentotaal van 29 steekt schril af bij de 48 die de Schot had verzameld. Zijn zijn dagen in de formule 1 geteld? 

Daniel Ricciardo (Ricchiardo) – Toro Rosso 
14e met 20 punten 
Hoewel roem snel kan vergaan in de formule 1, heeft Ricciardo in 2013 een megaslag geslagen: hij wordt de teamgenoot van Vettel. Ongetwijfeld heeft Webber een goed woordje voor hem gedaan en ongetwijfeld vonden de Red Bull-bobo’s dat eindelijk weer iemand van hun talentenprogramma moest doorstromen naar het eerste team. Want zo ontzettend veel indruk maakte Ricciardo nou ook weer niet. Goed, hij was in de kwalificaties Vergne duidelijk de baas, maar in de races wilde het niet altijd zo lukken. Toch bleef Ricciardo constant presteren en mag hij alvast voorzichtig van overwinningen gaan dromen. 

Jean-Éric Vergne – Toro Rosso 
15e met 13 punten 
Zou hij gedemotiveerd zijn geraakt door de promotie van Ricciardo? Vergne begon het seizoen goed: hij was vaak erg snel in de race en scoorde tot aan de zomerstop dertien punten, twee meer dan Ricciardo. Helaas zakte hij in de tweede seizoenshelft ver weg. Vaak was zijn naam in de einduitslag de enige getuige van zijn deelname aan de race. Punten scoorde hij ook niet meer. Een treurig einde van een seizoen dat veelbelovend begon en dat zal volgend jaar, naast het talent Kwjat, veel beter moeten, anders is het gauw einde oefening. Red Bull kan je carrière maken. Dus ook breken. 

Esteban Gutiérrez – Sauber 
16e met 6 punten 
Hoewel Hülkenberg hem het snot voor ogen reed, kan Gutiérrez wel op een paar hoogtepunten bogen: de snelste raceronde in Spanje en een schep punten in Japan. Toch is het maar zeer de vraag of we de Mexicaan volgend jaar nog in actie zullen zien. De concurrentie is moordend – door het aanstellen van talenten als Kwjat en Magnussen wordt het een stoelendans met wel erg weinig lege stoelen. 

Valtteri Bottas – Williams 
17e met 4 punten 
Een uiterst solide debuut maakte Bottas bij het wegkwijnende Williams. Op de zaterdagen was hij kwalificatietalent Maldonado meestal de baas en op zondag bracht hij meestal de auto aan de finish – slechts tweemaal viel hij buiten zijn schuld uit. Toch zag het er lange tijd niet naar uit dat Bottas nog in de punten zou komen. Pas in de Verenigde Staten pakte hij zijn eerste WK-punten. En hoe! Met een knappe achtste plaats tussen de grote jongens heeft hij laten zien dat hij in de formule 1 thuishoort. 

Pastor Maldonado (Pastoor) – Williams 
18e met 1 punt 
Het was geen geweldig jaar voor Maldonado. Vocht hij vorig jaar nog geregeld om de podiumplekken, met als hoogtepunt de zege in Spanje, dit jaar was het behelpen. Het hele jaar bleef de Williams in de staart van de middenmoot steken en dus werd het scoren van punten al bijna een onmogelijke missie. Het lukte Maldonado, die in de races overigens vaak in de voorste Williams reed, maar een keer. Een tiende plaats, meer werd het niet. Gelijk kregen we een minder fraaie kant van Maldonado te zien: als het even kon, zat hij zijn team af te branden of te beschuldigen. Hugo Chavez zal zich wel in zijn graf hebben omgedraaid, want het lijkt onwaarschijnlijk dat Maldonado volgend jaar nog ergens aan de bak komt. Niet dat de coureur dat erg lijkt te vinden. Het lijkt er dus op dat we na drie seizoenen afscheid kunnen nemen van een foute, maar ook erg getalenteerde coureur. 

Jules Bianchi – Marousja 
19e met een 13e plaats 
Een geweldig debuutseizoen beleefde Jules Bianchi. In het begin van het seizoen waren de Marousja’s sneller dan de Caterhams en dat hebben we geweten ook: want hoewel Bianchi zijn beste resultaat van het seizoen al in de tweede race behaalde, was zijn dertiende plaats aan het eind van het seizoen goud waard voor zijn team. Gedurende het seizoen waren de Marousja’s steeds vaker op de laatste startrij te vinden. Wel was Bianchi vrijwel altijd de snellere van de twee Marousja’s en daar gaat het natuurlijk om. 

Charles Pic – Caterham 
20e met twee 14e plaatsen 
Geen promotie: van Marousja, dat vorig jaar als laatste eindigde van de elf teams die nu nog in leven zijn, ging Pic naar Caterham, dat voor het eerst in zijn bestaan het kampioenschap als hekkensluiter afsloot. In de eerste seizoenshelft presteerde Pic naar behoren: hij versloeg teamgenoot Van der Garde met speels gemak. In de tweede helft van het seizoen ging het moeizamer en waren de twee Caterham-coureurs goed aan elkaar gewaagd. Helaas was het niet genoeg om Marousja nog te achterhalen of om de andere teams nog te bedreigen. Kortom: weer een verloren jaar. 

Heikki Kovalainen (Co Valainen) – Lotus 
21e met twee 14e plaatsen 
Het is een beetje flauw om Kovalainen om zijn twee invalbeurten bij Lotus af te rekenen. Maar toch: het was alsof hij nog in een Caterham reed, want met twee veertiende plaatsen presteerde hij beneden iedere verwachting. Hij maakte dus ongeveer mee wat Luca Badoer jaren geleden bij Ferrari overkwam. Een gebrek aan routine, een gebrek aan scherpte: het viel toch wel tegen om aan het eind van een seizoen bij een nieuw team in te stappen, aldus de bleke Fin. 

Giedo van der Garde (Van der Guard) – Caterham 
22e met een 14e plaats 
Voor het seizoen sprak Van der Garde van een leerjaar. En inderdaad, dat werd het. De leercurve was steil en in de tweede seizoenshelft kon de Nederlander ook daadwerkelijk oogsten. Nou ja, oogsten. Verder dan een veertiende plaats kwam hij in de race niet. Maar wel versloeg hij teamgenootje Pic geregeld. De nieuwe Pirelli’s pasten veel beter bij Van der Gardes rijstijl en door een paar handige bandengokken tijdens de verregende kwalificaties in Monaco en België, zou je zijn erg matige begin gauw vergeten. Van der Garde liet geregeld wat zien en hij mag hopen dat hij er in 2014 weer bij is. 

Max Chilton – Marousja
23e met een 14e plaats 
De eeuwige rodelantaarndrager kon op een positief feit bogen: hij behaalde in alle races de finishvlag; een prestatie die alleen de McLaren-coureurs evenaarden. Niet slecht voor een debutant. Veel meer positiefs viel er niet te melden. Die twee keren dat Chilton voor Bianchi over de finish ging, werden groots gevierd. 
6

Teams 

Red Bull-Renault 
Kampioen met 596 punten 
Vier kampioenschappen op rij: de frisdrankfabrikant weet wel van wanten. Met een topontwerper en een topcoureur is het altijd al makkelijk werken, maar toch zag het er aanvankelijk helemaal niet zo goed uit: de Red Bulls hadden ruzie met het Italiaanse rubber en dus schreeuwden Christian Horner en de zijnen het hardst om nieuwe banden. Na het bandenfiasco in Silverstone werd daar eindelijk gehoor aan gegeven en dus kwam alles weer op zijn pootjes terecht: Red Bull werd uiteindelijk met overmacht kampioen. Ondertussen werd het vertrek van Webber opgevangen door Ricciardo vanuit het zusterteam naar voren te schuiven. Kunnen ze met de jonge Australiër de succesreeks voortzetten?

Mercedes 
2e met 360 punten 
Een meesterzet. Een ander woord was er niet voor het binnenlokken van Hamilton. Werden de grijze bolides in de voorgaande jaren steeds verder op achterstand gezet, dit seizoen vormden ze de grootste bedreiging van Vettel en Red Bull. Met name in de kwalificaties waren de Mercedes’ razendsnel. Helaas was van die snelheid op zondag vaak niks meer over en dus kwam Ross Brawn opnieuw met een meesterzet: hij regelde in het geniep een bandentest met Pirelli; een actie waar de goegemeente pas lucht van kreeg toen Hamilton zijn mond voorbij praatte. Helaas profiteerde Red Bull in de tweede seizoenshelft meer van de nieuwe Pirelli’s en dus werd Mercedes steeds meer naar het tweede plan verdrongen. Door pech en geflopte strategieën werd zelfs het binnenhalen van de tweede plaats nog een hels karwei, maar het lukte nog net en dus beleefde het team van Ross Brawn het beste jaar sinds de naamsverandering. 

Ferrari
3e met 354 punten 
Het was een roerig jaartje voor Ferrari. Die auto van vorig jaar deugde niet. Maar Alonso werd er wel bijna wereldkampioen mee. Dan moest het dit jaar, met een veel betere wagen, toch zeker wel lukken? Het werd een kansloos verhaal. De Pirelli’s waarmee in het begin van het jaar werd gereden, pasten prima bij de auto, de nieuwe Pirelli’s niet. Toen halverwege het seizoen duidelijk werd dat de titel weer te hoog gegrepen was, brak de paniek uit. Alonso werd steeds gefrustreerder en de teamleiding vond eveneens dat ingrijpen noodzakelijk was. Massa kreeg de zak en Räikkönen werd als een verloren zoon teruggehaald. Het valt te hopen voor Ferrari dat de bolide iets competitiever is in 2014, want dat de Italiaanse renstal de tweede plaats in het constructeurskampioenschap uiteindelijk op maar zes punten misliep, mag een groot wonder worden genoemd. 

Lotus-Renault 
4e met 315 punten 
Daar zit je dan: heb je een topcoureur de formule 1 binnengehaald, ga je aan je eigen succes ten onder. Het is bekend dat Räikkönens manager een goede onderhandelaar is. Het prestatiegeld kostte Lotus meer dan ze ooit hadden kunnen dromen, hoewel ze de sprong naar de absolute top niet konden maken. Het hele jaar speelde de betalingsachterstand het team parten. Het leidde uiteindelijk tot een breuk met hun stercoureur, die ook met zachte dwang het team uit werd gewerkt. De nieuwe grote man was Grosjean, die in de laatste races goed van zich liet zien. Toch was het allemaal slechts genoeg voor een vierde plek in het kampioenschap. Éric Bouillier en de zijnen hadden na de openingsrace ongetwijfeld op meer gehoopt.
7

McLaren-Mercedes 
5e met 122 punten 
Om maar met het positieve te beginnen: betrouwbaar was de McLaren zeker: in alle races werden Button en Pérez geklasseerd. Helaas kwamen de grijze bolides nooit verder dan vierde plek, een domper voor het team dat sinds mensenheugenis om de podiumplaatsen meedoet. Het is achteraf makkelijk praten, maar de beslissing om een geheel nieuwe auto te ontwerpen, was niet al te gelukkig. De wagen was lastig af te stellen en dus kwam het potentieel er geen moment uit, al waren de conservatieve racestrategieën daar ook debet aan. Na een paar races volgde de berusting: 2013 was verloren, dus moest het in 2014 beter gaan. Natuurlijk moest er iemand geslachtofferd worden en Pérez was de ongelukkige: hij kan na een jaar alweer zijn biezen pakken. En dat terwijl hij gedurende het seizoen steeds beter deed. Hij kan daar echter niet op voortborduren. McLaren hoopt in 2014 met Kevin Magnussen een frisse doorstart te kunnen maken. 
3 

Force India-Mercedes 
6e met 77 punten 
In de eerste seizoenshelft deed Force India goed mee met McLaren in het constructeurskampioenschap. Het team werd echter slachtoffer van de nieuwe banden en prompt lukte niks meer: de auto was traag en de coureurs stapelden fout op fout. Hoewel de Indiase renstal minder punten pakte dan vorig jaar, heroverde het wel de zesde plaats in het constructeurskampioenschap op Sauber, dat pas in de slotfase van het seizoen tot leven kwam. Force India kwam ook dit jaar niet tot podiumklasseringen, maar dat betekende niet dat het team een grijze muis was: met afwijkende bandenstrategieën probeerden ze er nog het beste van te maken. Het mooiste was er in de tweede seizoenshelft wel vanaf het lijkt erop dat het team met twee nieuwe coureurs aan de start van 2014 verschijnt. 

Sauber-Ferrari 
7e met 57 punten 
Bij Sauber mogen ze Hülkenberg wel op hun blote knieën bedanken, want anders had 2013 er wel heel miserabel uitgezien voor het Zwitserse team. Hoewel het team zonder podiumplaatsen bleef – er stonden dit jaar maar acht verschillende coureurs op het podium – waren de gebrekkige sportieve prestaties niet eens hun grootste zorg: het team had de grootste moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Desondanks wist het team zich in de tweede seizoenshelft te verbeteren en kwam de zesde plaats van Force India zelfs nog in zicht. Voor 2014 gaat het een uitdaging worden een goede eerste rijder te vinden. 

Toro Rosso-Ferrari 
8e met 33 punten 
Het grootste nieuws van het jaar voor Toro Rosso was het vertrek van Ricciardo naar Red Bull. Volgend jaar zal de Rus Kwjat Vergne vergezellen in de Toro Rosso met startnummer 17. Echt iets opzienbarends presteerden de Toro Rosso’s dit seizoen niet. Ricciardo kwam af en toe in beeld als hij het halve veld ophield na de pitstops. Vergne was in het begin van het seizoen snel en later onzichtbaar. Hij weet ook: zonder een goede auto onder je kont ben je kansloos in de formule 1. Helaas. 

Williams-Renault 
9e met 5 punten 
Williams beleefde weer een seizoen zoals twee jaar geleden: er werden met hangen er wurgen vijf WK-puntjes gescoord. Verder dienden de wit-blauwe bolides vooral als veldvulling, dit tot grote frustratie van Maldonado. Kennelijk was 2012 een zeldzame uitschieter, want in 2013 kon Williams zich, op Bottas’ sterke race in de Verenigde Staten na, geen moment met de betere teams meten. Zo eindigde een treurig jaar (door het overlijden van Frank Williams’ vrouw) al helemaal in mineur. Opmerkelijk genoeg haalde Williams de door Ferrari uitgekotste Massa binnen. Een opmerkelijke zet, maar misschien is de Braziliaan, in combinatie met de Mercedes-motoren, wel de sleutel tot succes in 2014. 
5

Marousja-Cosworth 
10e met een 13e plaats 
Wat een opluchting moet er geweest zijn bij Marousja toen de Braziliaanse Grand Prix voorbij was. Eindelijk trok het Engels-Russische team aan het eind van het seizoen niet aan het kortste eind: in 2010 en 2011 werden ze zelfs nog door die kneuzen van HRT verslagen en in 2012 verloren ze op het allerlaatste moment de tiende plaats aan Caterham. Hoewel de tiende plaats niet helemaal onverdiend is, kwam Marousja geen moment in de buurt van de punten. Dat wordt volgend jaar wel een keer tijd. 

Caterham-Renault 
11e met drie 14e plaatsen 
“Deze auto is nog slechter dan die van vorig jaar.” Met die woorden maakte testrijder Kovalainen duidelijk dat de slechte prestaties in het begin van het seizoen niet aan Pic en Van der Garde toegeschreven konden worden. Caterham stuurde, om wat voor reden dan ook, een bolide de baan op die zelfs nog slechter was dan zijn toch al niet al te succesvolle voorganger. Het resultaat: de Marousja’s reden aanvankelijk blokjes om de groene bolides. Pas nadat in Bahrein een lading updates was meegenomen, ging het beter. Maar verder dan een paar gevechten met een tegenvallende Sauber of Williams kwamen de Caterhams niet. De hoogste klassering van een Caterham-coureur was een veertiende plaats. Marousja scoorde een dertiende plaats en dus eindigde Caterham voor het eerst in zijn geschiedenis onderaan.
3

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Heeft u vragen en/of toevoegingen, laat dan hier een reactie achter: