Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen

28-07-2015

Jarich in Gent

Vorige week was ik een van de 245 deelnemers van het 38ste Eastman Open Internationaal Schaaktoernooi in Gent. Met een score van 6 uit 9 legde ik beslag op een ratingprijs ter waarde van 15 euri, maar daarover later misschien meer.

Het was alweer vier jaar geleden dat ik voor het laatst een schaaktoernooi had gespeeld. Dat was in Wenen, net voor de beruchte weblogmigratie die op een ramp uitdraaide. Dat was natuurlijk veel te lang geleden en dus stond ik er wel voor open toen Ewood me vroeg om in Gent mee te spelen. Hij had daar twee jaar geleden, terwijl hij nog aan het herstellen was van zijn ziekte, aan meegedaan. Het beviel hem wel en hij schreef er zelfs een stukje over in het laatste clubblad van BSG (Gent 2013: You Only Live Once). Hij was er (voor zijn doen) enthousiast over, dus wilde ik het ook wel een keer proberen. Het was voor mij wel een sprong in het diepe, want ik kende mijn reisgenoten, Ewoods Enschedese clubgenoten, niet of nauwelijks. Alleen Jasper de Jong kon ik me van een ONJK herinneren:
Gelukkig bood Jasper de Jong aan me mee terug te brengen. Achter op zijn fiets met vering kreeg ik steeds meer kramp in m’n poot. Toen we er waren, stapte ik af en viel ik. Ik kon niet op mijn rechtervoet staan! Gelukkig had ik aan de val niks overgehouden. Ik rolde een beetje. (…) Ik bleef even liggen, waarna ik mijn voet weer kon bewegen. Ik bedankte Jasper nog voor de moeite, al was ik blij dat de lijdensweg eindelijk voorbij was.
Hengelo 2007 (4)
Jasper was de leider van het spul. Voor hem was het al de dertiende keer dat hij het toernooi speelde, dus hij kende de stad ook als zijn broekzak. Hij heeft een enorm talent voor spelletjes (vooral met ‘Magic’ heb ik me laten vertellen, maar ook schaken blijkt hij redelijk te kunnen) en hij lijkt me een echte levensgenieter. Dan had je nog Wouter de Haas, die zijn naam vooral eer aan deed door zijn relatief snelle manier van praten. Hij bleek zo’n beetje de beste niet-Japanse Shogi-speler te zijn (Shogi is Japans schaken). Dan had je nog de vriendelijke reus Maarten Vinke (“Kinky”), die eveneens aan Shogi scheen te doen en dol was op broodjes Martino. En tot slot had je Jarich van der Molen, een wat verlegen jongen die nog een Friese vriend had meegenomen.

Vrijdag de 17e togen we naar de Vlaamse stad die een slagje groter is dan bijvoorbeeld Eindhoven of Almere. Hoewel Gent op maar 20 kilometer afstand van de Nederlandse grens ligt, waan je je meteen in een geheel andere wereld, een wereld zonder verkeersborden, met slecht onderhouden wegen en weinig assertieve medeweggebruikers. Met de auto was de tocht in een uur of drie voltooid, na enkele files te hebben getrotseerd (waarvan één file een rij geparkeerde auto’s bleek te zijn). De rest kwam vanuit hun uithoek van het land met de trein en was geloof ik zes uur overweg nadat ze alle overstappen op miraculeuze wijze hadden gehaald. In de tussentijd had Ewood ons al op de camping aangemeld en hadden we onze tent al opgezet. Daarna togen we naar het station, om de rest van de groep uit de trein op te wachten.

De spullen werden bij Loulou in de auto gedropt, waarna we tot de ontdekking kwamen dat drie van de zeven gehuurde fietsen, waaronder de mijne, kaduuk waren. Gelukkig waren er nog wat reservefietsen, maar die waren beduidend minder geavanceerd. Nou maakte het mij weinig uit of ik 3 of 21 versnellingen had, maar dat het zadel bij elke hobbel losschoot vond ik wat minder geslaagd. Ook bleek dat we op de camping niet bij elkaar, maar verspreid over drie locaties zouden komen te staan. Onder de brandende zon zetten de anderen ook hun tenten op. Na veel zweetdruppels, krom geslagen haringen en uitgestoten keelklanken stonden de tenten dan eindelijk. Die avond aten we bij het campingrestaurant, waarna we op het strand nog een partijtje gingen voetballen, gevolgd door een potje Avalon. Het was het sportieve hoogtepunt van de vakantie.

Op zaterdag begon het toernooi dan echt. Doordat er niet met een officieel FIDE-speeltempo wordt gespeeld, telt het toernooi niet mee voor rating en dat is ergens wel zo prettig. Je kunt wat meer als een toerist spelen zonder dat je marktwaarde erdoor wordt aangetast. En een schaaktoerist was ik. Ik had geen laptop meegenomen, ik had amper internet op m’n telefoon en ik was amper ingeschaakt. Doordat het toernooi unrated was, kon ik een beetje aankloten zoals ik in lang vervlogen tijden op Playchess deed. Van Ewoods eerdere deelname had ik geleerd dat je snel moest zetten, omdat je maar twee uur bedenktijd voor de hele partij had en die twee uur zijn zo om.

Door het relatief korte speeltempo werden er twee ronden op een dag gespeeld: een ronde in de middag en een in de avond. De partijen waren om 23:00 afgelopen en dan konden we de stad in om iets mee te maken van de beruchte Gentse Feesten. Ik had er tot voor kort nooit van gehoord en ik wist ook niet zo goed wat ik me ervan voor moest stellen, maar doordat Ewood zo enthousiast was, vermoedde ik dat er ook iets voor mij bij zou zitten. In ieder geval was het tyfusdruk. De straten zagen zwart van de mensen, politieagenten en plaszuilen. Ik kwam erachter dat het voor een cultuurbarbaar als ik niet echt interessant was. Ik zie bijvoorbeeld niet wat er zo leuk is aan een optreden van een dik wijf in een zilveren broek dat in een onverstaanbare Romaanse taal brabbelt. Wat wel leuk is van die feesten: er lopen ontzettend veel mooie meisjes rond. Wat nog leuker is: we werden zelfs een keer door een meid aangesproken. Wat minder leuk is: we konden geen woord verstaan van wat ze vroeg.

’s Ochtends moesten we weer bijkomen van de lange nacht en daardoor kwam er van het sporten ook niet veel terecht. In het begin van de middag togen we dan weer naar de speelzaal, waar de reusachtige ventilatoren voor verkoeling zorgden. Na de partijen gingen we gauw weer ergens eten. Jasper en co wisten ons altijd wel weer naar een ander restaurant te leiden, al sloegen ze ook een keer de bal mis doordat een restaurant tussentijds van eigenaar was veranderd (of hun geheugen liet ze gewoon een keer in de steek). In de restaurants maakte Ewood vervolgens altijd de blits door de serveersters als een Samson te woord te staan.
En geef dat snotvervelende broertje ff een klap op zijn hoofdje en zo, zodat die aflevering van Koefnoen voor altijd uit zijn geheugen verdwijnt en zo.
Ehm, en zo, het werkt, mhhhhueeeeh, nogal aanstekelijk en zo.

Trolletje, 27 maart 2007
Na het avondmaal gingen we weer een potje schaken, gevolgd door een tripje naar de binnenstad. Jasper leek het meeste van de optredens te genieten, terwijl Wouter en Maarten zich ook wel leken te vermaken. De rest leek er niet warm of koud van te worden.

Meer emoties maakte het schaken los. Ewood kon in de laatse ronde nog een flinke smak geld verdienen. Daartoe hoefde hij ‘alleen maar’ van Stefan Docx te winnen. Door een paar matige resultaten eerder in het toernooi was hij lange tijd onder de radar gebleven, maar door een sterke eindsprint, inclusief een remise op de Oekraïense grootmeester Soemets, was hij toch naar boven geslopen. Uiteindelijk verloor hij zonder echt een kans te hebben gehad. De enige prijswinnaars van de groep waren Jasper en ikzelf, waardoor we allebei een met geld gevulde envelop mochten ophalen in de kerk.

De slotdag leverde me wel meer praatjes op, bijvoorbeeld met Erik van den Dikkenberg, mijn tegenstander van de laatste ronde. Na acht partijen tot op het bot te hebben afgekloven, vond ik het niet erg om in een mindere stelling zijn remiseaanbod te accepteren. In de tijd dat Roy Makaay bij Feijenoord nog rollertjes van zijn soepbeen liet ontsnappen hadden we geregeld contact via internet, maar dat verwaterde. Ook Ted Barendse had ik al een tijd niet gesproken. Tien jaar geleden maakte ik kennis met hem toen we een toernooi in Pardubice speelden. Zijn opmerking “It’s a recommendation” die hij een opdringerige ober toebeet die tien procent fooi eiste na een belabberde service, zal me altijd bijblijven. Nu was hij grijzer, wat minder vitaal en wat minder sterk geworden (hij had in de tussentijd 70 elopunten ingeboet), waardoor ik hem qua rating zelfs had ingehaald. We konden allebei moeilijk geloven dat dat memorabele toernooi, met een nog piepjonge Robin van Kampen, alweer zo lang geleden was.

De dag nadat het toernooi was afgelopen, was ik jarich. ’s Ochtends werd ik tijdens het zwemmen/voetballen toegezongen en in de middag gingen we taart eten, zodat ik me ook echt jarig kon voelen. Het was de laatste dag dat we met z’n allen op de camping waren, want de dag erna ging iedereen weer terug, dus zaten Ewood en ik in ons eentje op de camping. De meerwaarde van die laatste dag was gering: overdag was het net te bewolkt en te fris om lekker te zwemmen en ’s avonds begon het me toch te regenen en onweren. Het was de voorbode van de catastrofale zomerstorm die de dag daarna in Nederland huis zou houden. De chaos op de weg viel mee en nadat Loulou om een uur of 11 de camping had gevonden, konden we gauw weer naar het tochtige Nederland. Dat is toch altijd het hoogtepunt van de vakantie: het thuiskomen.

10-06-2014

Frankrijk

De afgelopen weken smaakte ik het genoegen om twee keer naar Frankrijk te mogen afreizen. Drie weken terug was ik met iemand wiens naam ik niet zal onthullen een weekendje naar Parijs. Ik zal mijn reisgenoot in dit verhaal aanduiden met professor Viltstift, of gewoon de professor.

Vrijdag
Het avontuur begon op een vrijdagochtend. We hadden afgesproken op Utrecht Centraal en al direct kwam er een kink in de kabel: vanaf mijn station werd omgeroepen dat de trein naar Utrecht helemaal niet zou rijden, dus moest ik de trein naar Amersfoort pakken en dan op het grote station van Hilversum op de volgende trein naar Utrecht wachten. Het zou me zeker een kwartier gaan kosten en ik was er helemaal niet blij mee. Ik sms’te maar dat ik later zou komen. Vervolgens kwam de trein naar Utrecht er gewoon aan en was alle paniek voor niets geweest. Ik snapte geen jota van wat de NS allemaal aan het doen was.

Op het station kwamen we elkaar weer tegen, waarna we nog wat spullen voor de lange busreis haalden. De professor nam een heleboel lekkernijen mee voor het thuisfront en zwaarbeladen stapte hij de bus in. De buschauffeur, van wie ik de nationaliteit niet kon herhalen omdat hij amper een woord sprak, was lekker op dreef. Luid toeterend manoeuvreerde hij zijn logge bus door het drukke stadsverkeer, alsof het een Renault Clio was. Dat er geen ongelukken gebeurden, was wel het grootste wonder van de reis.

Ondanks de halsbrekende momenten waren we door de files een uur achter op schema geraakt. Om half negen kwamen we eindelijk aan, waarna we ons hotel maar probeerden te vinden. Daar konden we onze spullen droppen, waarna we een hapje gingen eten. Uiteindelijk lieten we ons naar binnen lullen door een of andere vage mafkees in een ledig restaurant. Onder het toeziend oog van de restauranteigenaar en een andere pipo zat ik maar m’n spaghetti naar binnen te slurpen. Restaurants zonder klandizie roepen altijd wantrouwen op. Het deed me denken aan mijn veldwerk in Oostenrijk, toen we met een hele groep op zoek waren naar een goed restaurant en daarbij een arme Griek in de kou lieten staan:
“Uiteindelijk kwamen we twee restaurants tegen: een restaurant dat uitpuilde van de mensen en een Griek, waar gek genoeg niemand zat. De Griek was heel blij met potentiële klanten en hij liet ons enthousiast de menukaart zien. Wij waren nog niet zo zeker. Een aantal van ons wilde niet naar de Griek, dus liepen we weer verder, om uiteindelijk bij het restaurant ernaast uit te komen.”
Na de niet al te succesvolle maaltijd gingen we de Eiffeltoren, toch de trots van de stad, bekijken. Gesteund door een paar reisgidsen wisten we de in 1889 voltooide stalen constructie te bereiken.

De Parijse metro: een rammelkast uit het jaar nul.
De Eiffeltoren was mooi verlicht en erg toegankelijk. Om middernacht ging het ding helemaal knipperen en gek doen. 

De Eiffeltoren met zwaailicht.

Onder de Eiffeltoren.

De Eiffeltoren naast een lantaarnpaal.

We zochten maar even een terrasje op om even wat te drinken. De professor was helemaal uit zijn hum toen hij de rekening kreeg. Hij vond vier euro voor een cola echt niet kunnen en weigerde fooi te geven. Ik probeerde hem tevergeefs tot rust te manen met een warrig verhaal over grondprijzen, maar dat had weinig effect.

Zaterdag
Op de zaterdag sliepen we lekker uit, waarna de professor me een college plantenkunde gaf. We gingen naar het Plantenmuseum en het National Natural History Museum, twee musea die op een steenworp afstand van ons hotel stonden.

Wel mooi, al die opgezette dieren, maar de samenhang ontbrak een beetje.

We hadden het al gauw weer gezien en dus gingen we naar de volgende attractie: het Palais de la Decouverte. Zoals bij alle musea kreeg de professor korting. Ter compensatie gingen we voor drie euri extra een film over planeten bijwonen. Ik moest meteen aan het Planetarium in Artis denken, waar ik als klein door planeten gefascineerd jochie een voorstelling van enkele prominente Sesamstraat-figuren kreeg te zien die in hun lelijke eend de ruimte onveilig maakten. Na afloop mokte ik dat je met een auto helemaal niet van planeet naar planeet kan reizen, en al zou je dat wel kunnen, dan zou het alsnog krankzinnig lang duren. Domme volwassenen! In Frankrijk pakten ze het heel anders aan. Ik kon slechts de woorden van een hit uit 2000 van een bekende Britse rockband verstaan, want daarna ging het over in het Frans. Een sterrenhemel werd aan de binnenkant van de koepel geprojecteerd, waarna een of andere maffe Fransoos een heel verhaal over de sterren en sterrenbeelden ging geven. Ik dommelde langzaam weg.

Het vervolg maakte echter veel goed. In het interactieve museum waren de vele verschillende wetenschappelijke disciplines waren goed vertegenwoordigd. Zelf kon ik met mijn tengels maar niet afblijven van een met zand gevulde slinger die zogenaamde Lissajous-figuren uittekende. Fascinerend ding. 

Lekker interactief bezig in het Nint/New Metropolis/Nemo van Parijs.

Professor Viltstift vond het aardwetenschappelijke echter interessanter, dus stond ik ook vaak bij het gedeelte van geologie en aardbevingen te kijken. Het schema was echter krap en dus gingen we door naar het volgende doel: de Mont Martre.

Voor het zover was, gingen we eerst nog even eten. Deze mafkees had gelukkig nog wel wat klandizie, maar van de rauwe homp vlees en het primitieve toiletgebouwtje werd ik niet vrolijk. De professor werd niet bepaald vrolijk van de rekening toen hij ontdekte dat er zes euro in rekening was gebracht voor een colaatje.

Vervolgens klommen we de Mont Martre op. Aan de top ervan stond de Cœur Sacré, een kerk die de professor graag wilde zien. Ik genoot maar van het uitzicht op de stad, hoewel ik me niet erg op gemak voelde in die pislucht en door die vage typetjes die op me af kwamen.

Uitzicht op Parijs.

Idem, met langzaam invallende duisternis.

We daalden weer af richting de Arc de Triomphe. Ondertussen nam de professor nog een ijsje, waarna we langzaam naar beneden liepen.

Het park was afgesloten en deze man kwam vast te zitten in de muur.

Even later waren we dan eindelijk bij de triomfboog en triomfantelijk haalde ik mijn fototoestel tevoorschijn.

Arc de Triomphe by nite.

Een close-up.

Wat een kutfoto.

Op de terugweg naar het hotel liepen we dit ook nog tegen het lijf:

Zo'n Le Mans-auto.

De Taureau Rouge, zo te zien de auto waarmee Jaime Alguersuari en Sebastien Buemi in 2011 wat zevende en achtste plaatsen scoorden.

Zondag
Op de slotdag gingen we nog een kerkdienst bijwonen. Ach ja, voor wat hoort wat, maar wat al die mensen toch naar zo’n kerk trekt, zal voor mij altijd een raadsel blijven. Al die belerende versjes verkondigen dezelfde boodschap en allemaal bezitten ze eenzelfde vermoeiende melodie met totaal niet lopende zinnen. Saai!

Gelukkig gingen we daarna eten in een tent die de professor nog van een eerder bezoek kende. Vervolgens kwam het klapstuk van de reis: een bezoek aan het grootste museum ter wereld, het Louvre. De professor verkondigde optimistisch dat alle musea in Frankrijk op zondag gratis toegankelijk waren. Druk was het zeker en we stonden ook een hele tijd in de brandende zon voor de ingang. We konden gratis naar beneden, maar daar bleek dat we alsnog entreegeld moesten betalen. Bij het afgeven van de bagage legde een medewerker uit dat de musea alleen op de eerste zondag van de maand gratis waren.

Anyway, we hadden nog een heleboel te ontdekken in het museum. In de paar uur die we nog ter beschikking hadden, bekeken we vooral de “meesterwerken” van de Hollandse en Vlaamse schilders. Ondertussen kon ik amper meer op m’n poten staan van het vele lopen. Op de terugweg naar het hotel liepen we ook nog even langs de Notre Dame.

De Notre Dame. De klokkenluider heb ik gelukkig niet gezien.

De professor ging gauw zijn trein halen. De mijne vertrok twee uur later, dus had ik nog alle tijd om wat te gaan eten en de route naar het station te vinden. De terugweg met de Thalys verliep heel wat sneller dan de heenweg met de bus. Uiteindelijk kwam ik nog voor middernacht thuis aan, waar een boender met smart op me zat te wachten.

Toulouse
Afgelopen week woonde ik mijn eerste conferentie bij. In Toulouse had de International Transport-Economics Assosiation (ITEA) zijn jaarlijkse conferentie georganiseerd, samen met het Snoring TIGER Forum en mijn begeleider leek het een goed idee als ik erheen zou gaan. Het idee is als volgt: breng een groot aantal bekende en minder bekende transporteconomen bij elkaar en laat ze naar elkaars presentaties luisteren. Mijn ervaring is dat er niet heel veel uitkomt, terwijl je wel de hele tijd in de stress zit vanwege die presentatie die je zelf moet geven.

De organisatie was wel top, je werd er echt als een vorst behandeld. Wel waren er de nodige minpuntjes. Zo waren de avondmaaltijden wel erg laat ingepland en werden ze voorafgegaan door museumbezoeken en langdradige leuterverhalen. Daarnaast kreeg iedereen een lelijke tas met een stroeve rits cadeau, waarin allerlei propagandamateriaal zat, maar geen programmaboekje.

In ieder geval kon ik mijn draai nooit echt vinden op de conferentie. Gelukkig hielpen de bemoedigende woorden van Jean Loulou me wel een beetje over het dooie punt. Ik was blij dat de presentatie uiteindelijk best goed ging, dat ik het stadje Carcassonne heb gezien en dat ik weer heelhuids in Nederland ben aangekomen. Wel weet ik dat ik het een volgende keer heel anders (minder braaf) ga aanpakken en dat is misschien wel de belangrijkste les die ik deze week heb geleerd.