10-03-2012

Het geluk van de Stukkenjagers

BSG (2218) - Stukkenjagers (2283) 5½-4½
1. Lennart Ootes (2196) - Maurice Peek (2394) 0-1
2. Jesper de Groote (2140) - Herman Grooten m (2335) 1-0
3. Ton van der Heijden (2278) - Frans Konings (2265) 1-0
4. Alexander Berelowitsch g (2575) - Bianca Muhren wg (2299) 1-0
5. Robert Ris m (2385) - Cor van Dongen (2350) ½-½
6. Lars Ootes (2350) - Mart Nabuurs (2271) ½-½
7. Leon Pliester m (2366) - Anne Haast wm (2301) 1-0
8. R Tijssens (1743) - Tijmen Kampman (2172) ½-½
9. Ewoud de Groote (2327) - Mark Haast (2326) 0-1
10. E van de Velden (1819) - Mark Clijsen (2119) 0-1


Say no more...

Wat de cijfertjes niet zeggen...
Met afgunst werden de prestaties van de Stukkenjagers bekeken in Bussum. Net als BSG was het Tilburgse team gepromoveerd, maar waar de Bussumers genoegen moest nemen met het schrapen van enkele bordpuntjes, versloegen de Tilburgers de ene na de andere opponent. Rond de jaarwisseling was het hele veld gemangeld tussen de twee promovendi: de Stukkenjagers stonden fier aan kop en BSG stond stevig laatste. Maar tijden veranderen. Het geluk van de Stukkenjagers raakte op. Ze verloren sterspeler Jan Sprenger en bleken daardoor toch niet zo onaantastbaar als gedacht. Tegelijkertijd kwam BSG steeds beter in vorm. Tegen Apeldoorn werd eindelijk het eerste matchpunt gepakt. Tegen de Stukkenjagers zou de eerste overwinning moeten worden geboekt.

Deze strijdlustige gevoelens kregen een dag voor de wedstrijd een gevoelige knauw, toen bleek dat FM Henk (wegens droevige familieomstandigheden) en Frans Borm (hij zal ook wel een goede reden hebben gehad) niet mee zouden spelen. Als vervangers werden spelers uit derde opgetrommeld, zodat BSG 2 op volle oorlogssterkte kon aantreden tegen mededegradatiekandidaat HWP. Zij wel.

Zo begon BSG alsnog met knikkende knietjes aan de wedstrijd waar zo lang naar uitgekeken was. Dit was immers de kans om te bewijzen dat het verschil op de ranglijst vooral op toeval was gebaseerd. Dit was de kans om te laten zien dat BSG de sterkere promovendus was, maar de voortekenen waren niet al te best. De bezoekers waren op vier borden duidelijk sterker, wat resulteerde in een ratingoverwicht van gemiddeld 65 punten per bord.

BSG op voorsprong
Het geluk van BSG is dat er altijd kan worden teruggevallen op de puntenmachine. Der Alexander had een gemakkelijke middag tegen damesgrootmeester Bianca Muhren. Die tuimelde in een openingsvalletje en zat al gauw tegen een pingoruïne aan te kijken. Al snel had Berelowitsch zijn derde competitiezege op rij binnengehaald.

Op de eerste twee borden waren de broers van weer eens opgeofferd. Ze waren kort na elkaar klaar. Lenaard kwam Maurice Peek, het geheime wapen van de uitploeg, tegen. In zijn geliefde Tsjechische Benoni kwam wit door het centrum heen walsen en was het pleit al gauw beslecht. Beter verging het ondergetekende, die het tegen Herman Grooten (u weet wel, die man van de Elementen van de schaakstrategie) opnam. In een origineel gespeelde Caro-Kann verzuimde de zwartspeler een paar keer ...c6-c5 te spelen. Toen hij het eindelijk toch deed, kostte het een pion en ging het van kwaad tot erger. Een mijlpaal voor de witspeler, die zijn eerste meesterklassezege boekte. BSG kwam zodoende op voorsprong, het stond 2-1.

Helden
Ondanks de voorsprong was BSG nog lang niet veilig. In het vervolg waren er de nodige heldendaden nodig om de kleine voorsprong over de streep te trekken. Robert Ris had een van die helden kunnen zijn, of althans, dat dacht hij.


In zijn partij tegen Cor van Dongen speelde hij in de bovenstaande stelling brutaal 13...g5!? Het is duidelijk dat de loper op e5 in moeilijkheden verkeert. Wit ging een uur in de denktank, om uiteindelijk 14.g4 te spelen. "De enige zet", volgens Robert, hoewel 14.f4 ook een optie blijkt te zijn. Na 14...Pxe5 15.Lxb7 speelde hij braaf 15...Tad8, waarna de partij uiteindelijk remise werd, al had zwart lange tijd de betere kansen. Bij de partijbespreking ontdekte hij ineens de mogelijkheid 15...Pxg4, met als pointe 16.Lxa8 Dd6 17.f4 Dh6 en na het gedwongen 18.Tf2 houdt zwart een beter eindspel over. Een echte verdediging werd tijdens de nabespreking niet gevonden, maar het blijkt dat wit na 16.Dd2 Tab8 17.Dxg5+ Kh8 18.Dxd5 nog kan overleven. Ofwel: er was eigenlijk geen reden tot zelfkritiek. Of wit de zettenreeks had gevonden, is een andere zaak...

Wie wel een held werd, was Leon Pliester. Ziek, zwak en misselijk was hij, maar tegen Anne Haast speelde hij eigenlijk een briljante partij. Bijna al zijn lichte stukken stonden aangevallen:


Stelling na 12...Pe5. Op 13.dxe5 volgt natuurlijk 13...Dc5+, maar 13.Lxe4 lijkt prima te gaan. In de partij deed wit 13.Le2?, waarna zwart met 13...Lh4 14.Tf1 Lh3! ineens een krachtige aanval opbouwde. De witte stukken op de damevleugel stonden zo met elkaar verstrengeld, dat ze niet veel anders konden doen dan toekijken hoe de witte monarch uiteindelijk het kind van de rekening werd.

Een andere held werd invaller Rob Tijssens. Hij zette de partij solide op en plaatste slim een remiseaanbod. Tegenstander Tijmen Kampman voelde kennelijk geen behoefte om hem nog een hele partij op de pijnbank te leggen en accepteerde het aanbod, hoewel hij daar achteraf waarschijnlijk spijt van had. Hoe dan ook, vanuit het perspectief van het team gezien was het een gewonnen halfje.

Ploeteren
Minder gesmeerd ging het bij de andere invaller, Eddy van de Velden. Tegenstander Mark Clijsen wikkelde kort na de opening af naar een eindspel waarin hij een kleine kwaliteit meer had. Wel had Eddy nog een pion ter compensatie en had hij het zijn tegenstander nog heel lastig kunnen maken. Een paar minder handige beslissingen zorgden ervoor dat hij het uiteindelijk toch niet meer kon houden. Daardoor was de stand 4-3 en zag het er ineens somber uit: er waren nog drie slechtere stellingen over.

Large had de opening verprutst en stond lange tijd met de rug tegen de muur. Met een pion minder en een enorm ruimtenadeel zag het er slecht voor hem uit. In tijdnood greep hij echter zijn kans en maakte hij tegenstander Mart Nabuurs plotseling twee pionnen afhandig, waarna de partij in remise verzandde. Een meevaller. De stand was 4½-3½ en voor het matchpunt was nog één halfje bezig.

Nog meer helden
Zo leefden we toe naar de climax van de wedstrijd. Alleen de partijen Frans Konings - Ton van der Heijden en Mark Haast - Ewood zijn nog bezig. Beide BSG'ers stonden slecht. Eén halfje zou al heel mooi zijn. Ton zat bovendien erg krap in zijn bedenktijd, in tegenstelling tot zijn tegenstander. Die had in het eindspel nog een dame en toren over, terwijl Ton twee torens en een erg passieve loper had. Ewood lijkt de zaken redelijk onder controle te hebben, maar waar wits vrijpionnen ongehinderd kunnen oprukken, komt zijn pionnenmassa in het centrum niet in beweging. Een vreselijke stelling om in opkomende tijdnood te spelen.

De tijd begint te dringen en bij de Stukkenjagers vertrouwt Frans Konings niet meer op een goede afloop aan het andere bord. Hij gaat daarom maar een zetherhaling uit de weg en komt met een waanzinnige zelfvernietiging op de proppen. De dame wordt zo passief mogelijk neergezet, waarna Konings' koning stoer de vijandelijke troepen tegemoet loopt. Ton rondt het koelbloedig af en verzekert BSG daarmee voor het eerst in heel veel jaren weer van een overwinning in de meesterklasse. Daarmee werd hij de derde held van BSG.

Dat Mark Haast uiteindelijk toch wint, maakt het er alleen maar erger op voor Konings. In het toreneindspel vecht Ewood tot de laatste snik, maar moet hij na zes uur ploeteren toch de koning omleggen. Daarmee kwam een eind aan een lange schaakmiddag. Lang daarvoor had BSG 2 met 5-3 gewonnen van HWP, waardoor het eerste achttal van BSG verder afstand nam tot de degradatiestreep. Al met al pakte het invallerbeleid voor zowel BSG 1 als BSG 2 perfect uit. De overwinning van het verzwakte BSG op de Stukkenjagers bewees wel dat het geluk van de Stukkenjagers nu echt op is. Het geluk van de Stukkenjagers is dat ze al lang en breed veilig zijn. Dat kan BSG niet zeggen. Om niet te degraderen, moeten de resterende wedstrijden gewonnen worden en mogen LSG en Apeldoorn niet te veel punten pakken. Kortom: een bijna onmogelijke opgave. Daarom is de overwinning op de nummer drie van de ranglijst er een om te koesteren.

Ter ere van de overwinning was er een heus concert aan de gang in ons gebruikelijke restaurant. Dan wil ik nog wel eens zien wat er gebeurt als we het kampioenschap binnenhalen. Vooralsnog kunnen we daar alleen nog maar van dromen. Op zijn vroegst in het seizoen 2013-2014 zal er een aanval op de landstitel kunnen worden gedaan. Eerst maar genieten van deze zwaarbevochten zege.

04-03-2012

Vierentwintigste ronde Eredivisie

"PSV overtuigend kampioen, tenzij... " Dat was de voorspelling van een stel cijferfreaks tijdens de winterstop. Alles zag er goed uit voor de ploeg uit Eindhoven: landskampioen Ajax was aan het stuntelen, bij FC Twente pruimde men trainer Adriaanse niet en AZ verloor voor de winterstop de ene na de andere wedstrijd. Ook bleven dit keer de bepalende spelers bij de selectie. Inmiddels zijn we anderhalve maand verder en staat het kampioenschap van PSV op losse schroeven. In Eindhoven boekte angstgegner FC Twente een angstaanjagende 2-6-overwinning. PSV zakte terug naar de derde plaats, achter het moedige AZ en het teruggekomen FC Twente, dat nog een wedstrijd tegen Het Graafschap tegoed heeft.

Het was een rare competitieronde in het weekendje na de interlandverplichtingen. Hoewel de voetbalwereld erg opportunistisch is, proberen trainers de euforiegolven altijd te temperen. Gaat het goed, dan zijn ze ineens overdreven kritisch op hun elftal, gaat het slecht, dan worden de goede punten aangestipt.

Titelstrijd
Erg tevreden kon Heerenveen-coach Jan Rons dan ook niet zijn na de doelpuntloze remise in Den Haag. De voorhoede van de Friese formatie verzaakte voor het eerst dit seizoen en dat betekende weer twee verliespunten in de strijd om de titel.

Ook bij AZ-trainer Gertjan Verbeek overheersden de negatieve gevoelens. Dat had weinig te maken met het tegendoelpunt dat Heracles maakte in de door AZ met 3-1 gewonnen wedstrijd. Vier Gever besloot een Suarezje te doen op de doellijn en werd weggestuurd. De penalty leverde Heracles nog een doelpunt op. Nee, die rode kaart deed AZ weinig pijn, want met tien man was de thuisploeg nog beter uitgebalanceerd ook. Het was juist het wegsturen van Gertjan Verbeek zelf dat voor veel commotie zorgde. Woedend was hij op de vierde official die hem vanwege een wegwerpgebaar naar de tribune stuurde. Toch had AZ wat te vieren, want ze namen de koppositie weer over.

Ajax-trainer Frank de Boer is een onnavolgbaar baasje. Vertrouwt de verslaggevers vaak een wat ongeïnteresseerd klinkend verhaal toe, zonder echt gekke dingen te zeggen. Was echter opvallend fel in zijn bewoordingen na de uitschakeling van Ajax in de Europa-League door Manchester Unighted. En dat terwijl zijn team tegen alle verwachtingen in had gewonnen... Tegen Roda was Imbecilio opmerkelijk kritisch over zijn eigen spel. Ajax had het inderdaad moeilijk tegen de mijnwerkers, die zich ingroeven en daarmee het aanvalsspel van de thuisploeg frustreerden. Door een beginnersfout van Imbecilio was Roda zelfs nog op voorsprong gekomen. Maar Imbecilio maakte zijn fout drievoudig en dwars goed door tegen het einde van de wedstrijd een ware hoedtruc te produceren, waardoor Ajax uiteindelijk alsnog met 4-1 won.

Feijenoord blijft het maar goed doen. Vaak speelt de ploeg behoorlijk goed, hoewel ze soms ook lelijke flaters slaan. Tegen FC Groningen was het spel niet best, maar aangezien Groningen uit geen deuk in een pakje boter schiet, wonnen ze de wedstrijd toch. Het werd 1-0 en daarmee bleef Feijenoord in de race om het kampioenschap. Voor Groningen is de zevende plaats het hoogst haalbare: het gat met Feijenoord groeide namelijk naar twaalf punten. De nacompetitie is slechts zeven punten van ze verwijderd.

Wat PSV allemaal aan het doen was tegen FC Twente, dat zal wel altijd een raadsel blijven. Na negentien minuten en dertien seconden zouden ze luid worden toegezongen door hun eigen aanhang, maar waarschijnlijk had de club beter in het jaar 313 (in plaats van 1913) kunnen worden opgericht, want al na zeven minuten lag de bal in het verkeerde netje. En net voordat het gezang zou moeten aanvangen, stond het 0-2. Het bleef doodstil in het Philipsstadion. Twente liep in de eerste helft nog uit naar 0-4. Het deed een beetje denken aan de wedstrijd PSV-Ajax in het seizoen 2006-2007, toen Ajax met 1-5 won. Die kant ging het nu ook op. Het lukt Fred Rutten maar niet om zijn ploeg klaar te stomen voor topwedstrijden. Dit keer faalde hij wel heel opzichtig. Wie had gedacht dat zijn collega aan de andere kant een gelukkig mens was, had het mis. Coach Steve McClaren was teleurgesteld over de tweede helft, waarin Duckless een rode kaart kreeg in een onschuldig duel met Toy Vonen. Tekenend voor de zwakte van PSV was dat ze ook de tweede helft niet wonnen, het werd immers 2-6.

Degradatiestrijd
Net als de strijd om het landskampioenschap is de strijd om de degradatieplaatsen ook erg spannend. Onderin zijn Het Graafschap en Excelsior ten dode opgeschreven. Dat heeft alles te maken met de plotselinge opleving van RKC en VVV. RKC versloeg staartploeg Excelsior en klom naar de laatste plaats van het linkerrijtje. Trainer Ruud Brood was desondanks niet erg tevreden. Van een ploeg met de status van RKC mocht meer verwacht worden dan de 1-0-zege.
Bij VVV heeft Ton Lokhoff het goed voor elkaar. Zo ga je van de ene statistiek (achttien verloren uitduels op rij) naar de andere statistiek (vier zeges op rij). Een gunstige ontwikkeling. In het nacompetitieduel tegen NAC viel VVV vrolijk aan, maar werden de kansen keer op keer verprutst. Uit het niets kwam NAC op voorsprong. Het duurde erg lang, maar uiteindelijk werd VVV nog wel beloond voor het goede spel. Uit twee dode spelmomenten vielen twee doelpunten, die beide hard en onberispelijk werden binnengeschoten. Voor NAC komt de NACompetitie (sorry!) nu wel erg dichtbij.

Ook voor FC Utrecht en NEC dreigt dat scenario. NEC was in de Galgenwaard iets beter, wat tot uitdrukking kwam in het balbezit (51 om 49 procent), maar na negentig oersaaie minuten gaf het scorebord nog steeds wat verwijtend 0-0 aan. Het steeds maar winnende VVV is de ploegen tot één (Utrecht) en twee (NEC) punten genaderd.

Vitesse mocht eindelijk weer het zoet van de overwinning smaken. Streekgenoot Het Graafschap werd verder het degradatiemoeras ingedrukt. Tja, beter een goede buur... Het Graafschap beet in de beginfase nog van zich af, maar zakte daarna weg en werd afgeslacht. Voor Vitesse was het de eerste competitiezege in een maand tijd. Er heerste dan ook vooral opgeluchting na de 2-0-zege, waarmee de ploeg de zevende plaats op de ranglijst verstevigde. Het Graafschap houdt een voorsprong van een punt op Excelsior. Bovendien hebben ze nog een wedstrijd tegen Twente tegoed. Toch gaat de ploeg uit Doetinchem een zware tijd tegemoet.

Verwachtingen temperen
Zodoende is FC Twente opeens weer torenhoog favoriet voor de titel. Dankzij het Steve McClaren-effect? In ieder geval zal hij de komende tijd de blaren op zijn tong moeten praten om de euforie te temperen, hoewel de voetbalwereld er na volgende week weer compleet anders uit kan zien...


Zaterdag
ADO (24) - Heerenveen (44) 0-0
RKC (28) - Excelsior (15) 1-0
VVV (22) - NAC (25) 2-1
AZ (46) - Heracles (30) 3-1

Zondag
Vitesse (32) - Graafschap (16) 2-0
Ajax (43) - Roda (31) 4-1
Feijenoord (41) - Groningen (32) 1-0
Utrecht (25) - NEC (26) 0-0
PSV (48) - Twente (45) 2-6

Wonen in een bouwput

De badkamer. Die zou verbouwd moeten worden, vonden m'n ouders. Het mocht wat moderner en het voegwerk had zijn beste tijd wel weer gehad. Een ambitieus plan werd opgesteld. Er zou een vloer van namaakgraniet komen met een hoekje om in te douchen. In de muur zou een uitsparing komen voor een wastafel en er was nog wat ruimte over voor een badkuip. Ook zou die lullige schuifdeur worden vervangen door een echte deur. Ondertussen zouden de gang en de trap ook nog even gerenoveerd worden. Weg met dat stoffige tapijt! In plaats daarvan zou hout komen.

Op de dag dat alle peuters en kleuters in Nederland reikhalzend uitkeken naar wat de goedheiligman zou schenken, werd bij ons de badkamer tot de laatste steen aan toe afgebroken. Binnen de kortste keren was de badkamer, die ik uit m'n kinderjaren kende en waar ik ontelbaar vaak m'n manen had gewassen, omgetoverd in een troosteloze bouwput:

De bouwput, eh, badkamer nadat alles eruit was gesloopt. Foto: Faceboek.

Mijn moeder was toen nog optimistisch. In de kerstvakantie kon ik weer fijn douchen in de nieuwe badkamer. Het zou allemaal geweldig worden. Wel hadden we nog even een nooddouche op zolder, maar dat zou maar voor heel even zijn.

De nooddouche. Op de een of andere manier wordt de afbeelding gedraaid weergegeven.

Wel betekende de nooddouche dat de wasmachine niet meer kon afwateren, waardoor m'n moeder steeds naar m'n tante moest voor de was. En ik baal al dat ik elke week met de was naar de buren moet... Ook moesten m'n ouders nu bij de wastafel op zolder hun tanden reinigen, zodat ik 's avonds en vooral 's ochtends (als ze ook nog gingen douchen) last van ze had. Gelukkig zou het maar heel even duren.

Dan zou alles in ieder geval goed moeten verlopen, maar u raadt het al: dat gebeurde niet. De namaakgranieten vloer was volkomen verkeerd aangelegd en kon er weer uit. Vervolgens werd de aannemer ziek. Ondertussen was het tapijt op de overloop zo smerig geworden van die granietblubber dat het ook moest worden vervangen.

Het nieuwe jaar brak aan en er was nog steeds geen badkamer. Wel moest het tapijt op de gang, trap en overloop worden weggehaald. Het roze (!) tapijt vond ik juist een verbindend element in ons huis: van de gang tot aan de zoldertrap versierde het het huis. Zelfs de slaapkamer van m'n ouders en "het kleine kamertje" waren ermee bekleed. Maar nu moest het weg.

Het tapijt werd van de trap gekrabd.

Het was een ongezellige en verdrietige periode in mijn leven. Het huis was sfeerloos geworden en door het vervelende regenachtige en stormachtige weer voelde het erg guur aan in huis, niet in de laatste plaats doordat het badkamerraam open moest blijven. Bovendien was eind van de verbouwing nog lang niet in zicht.

Gelukkig kwam het uiteindelijk nog wel goed. Een nieuwe vloer werd aangelegd, waarna de problemen met kromme panelen werden gladgestreken. Al snel was de nieuwe douche gebruiksklaar. Wel moest de trap nog geverfd worden. Mijn smaak is het niet: de pure en intense houtkleur van de woonkamer, de gang en de overloop werd juist bij de trap onderbroken. De trap werd wit. Wekenlang was er een schilder in huis, dan weer om een paneeltje te voorzien van dertig lagen verf, dan weer om de muur te "sauzen" (het blijft een dom woord) en dan weer om de trap te verven. Om toch boven te komen, was er een "noodtrap" aangelegd, waarmee je vanuit de tuin op het balkon kon komen. Mits je voldoende lef had.

Inmiddels is de verbouwing bijna klaar. Er moeten nog wat kleine dingen worden gedaan, zoals het doucheputje inpassen en het aanbrengen van de traploper, maar het is bijna zover. Dat mocht ook wel na drie maanden. De nooddouche is weg en de wasmachine draait weer. De nieuwe douche ziet er goed uit, al blijf ik het ergens wel jammer vinden dat de oude badkamer er zo respectloos en haastig uit is gebikt. De houten vloer in de gang en overloop vind ik eigenlijk nog steeds niks. Het voelt koud aan en het geluid van in de woonkamer wordt nauwelijks gedempt. Hoewel m'n ouders er vast heel blij mee zijn, vind ik het eindresultaat van deze slopende verbouwing eigenlijk best tegenvallen. Ik denk ook niet dat het de opofferingen waard was.

24-02-2012

Alain Prost aan de tekentafel

"Miskién moetèn we de voorkànt van de voiture un stuukje verlagèn", zei Alain Prost op de vraag welke reglementsveranderingen hij wilde doorvoeren voor 2012. Zo liet hij in ieder geval wel erg nadrukkelijk zijn handtekening achter op het ontwerp van de formule 1-auto's die komende maand aan de start zullen staan.


Viervoudig wereldkampioen Alain Prost. grandprix.com.

Bijna alle teams hebben namelijk besloten om hun bolides te voorzien van een "getrapte" neus. Dat ziet er ongeveer zo uit:


De Ferrari die Fernando Alonso zijn derde wereldtitel moet gaan bezorgen. f1fanatic.co.uk.

Iedereen die de formule 1 een warm hart toedraagt heeft de afgelopen tijd met verbazing en schaamte naar de bolides zitten kijken. Hoe leg je het je vrienden uit dat de bolides zo afschuwelijk lelijk moeten zijn? Natuurlijk heeft Alain Prost hier niks mee te maken. De reden was eigenlijk een fout in het reglement. De FIA, de autosportfederatie, stelde in het reglement op dat de neus van de auto lager moest zijn dan wat vorig jaar was toegestaan. Hierdoor zou er minder lucht onder de auto kunnen komen, waardoor de wagens minder downforce zouden kunnen opwekken en langzamer werden. Langzamer betekent veiliger en veiligheid is sinds 1994 het hoofddoel van de autosportfederatie, al is spektakel tegenwoordig een goede tweede.
De hoogte van het chassis werd echter niet met dezelfde hoeveelheid verlaagd, dit op verzoek van een paar achterhoedeteams. Het gevolg: de meeste ontwerpers kozen voor een neus met een enorme knik erin. Hierdoor was aan het reglement voldaan en was de neus zo hoog mogelijk.

De schoonheid van het spektakel
Nu zitten we met de gebakken peren. De formule 1-wagens zijn komend jaar geen lust voor het oog. Daarmee gaat de formule 1 door op de weg die jaren geleden is ingezet. De races moeten spectaculairder worden en daarvoor mogen de wagens er best wat lelijker uit gaan zien.

Een goed voorbeeld hiervan is wat drie jaar geleden werd bedacht: een joekel van een voorvleugel en een te heet gewassen achtervleugel. Dat alles om het inhalen te bevorderen. Inhalen is namelijk erg moeilijk in de formule 1, omdat de achtervolgende wagen altijd in de "vuile" lucht zit van zijn voorganger. Hierdoor verliest-ie neerwaartse kracht, waardoor hij niet eens in de buurt kan komen van zijn voorganger, laat staan inhalen. Om dat probleem op te vangen, werden de voorvleugels dus vergroot. Het hielp niets. De wagens werden er alleen stuitend lelijk door.

Succesvoller was het DRS dat vorig jaar werd ingevoerd. Hierbij kon de achtervolgende wagen op een aangewezen recht stuk zijn achtervleugel "openen", waardoor hij minder luchtweerstand ondervond en dus sneller was. Dit zorgde inderdaad voor enorm veel inhaalacties, waarschijnlijk te veel. Toch is het een zeldzame ingreep die wel echt werkt, al moet er her en der nog wat worden bijgeschaafd. Een belangrijk voordeel: de auto's worden er niet lelijker door.

Schoonheid en spektakel
Het succes van het DRS roept de vraag op waarom de auto's van tegenwoordig er zo onevenwichtig moeten uitzien. Doordat DRS te "tunen" is, kan het de intrinsieke moeilijkheid van passeren netjes opheffen. Is inhalen te moeilijk? Dan maken we de DRS-zone toch wat langer? Is inhalen te gemakkelijk? Dan maken we de DRS-zone toch juist wat korter? In dat geval heb je die sneeuwschuivers van voorvleugels ook helemaal niet meer nodig en kunnen de wagens er weer een beetje normaal uitzien.

Een nadeel van DRS was wel dat het inhalen erg artificieel was: de achterste auto zeilde vaak vanuit het niets  voorbij zijn voorganger in de DRS-zone. Het gecombineerde effect van de open achtervleugel en de slipstream zorgde voor een enorm snelheidsverschil, waar niet tegen te verdedigen was.

Er zijn twee mogelijke oplossingen:

  • Een omgekeerd DRS
    In plaats van dat je de luchtweerstand reduceert op het rechte stuk, kun je de voorvleugel extra neerwaartse kracht laten genereren in de bochten door de "angle of attack" tijdelijk te vergroten. Hierdoor wordt het effect van de "vuile lucht" ongedaan gemaakt en kan de achtervolgende auto beter volgen in de bochten, om dan op het rechte stuk in de slipstream van de voorganger te duiken, waardoor een "echte" inhaalactie ontstaat.
  • DRS aan begin van het rechte stuk
    DRS werkt nu alleen aan het eind van het rechte stuk. Door het juist aan het begin van het rechte stuk toe te staan, kan de achtervolgende auto in de slipstream komen, om het daarna op eigen kracht te proberen in de slipstream. Ook nu zullen de inhaalacties, als ze voorkomen, er "realistischer" uitzien.

Natuurlijk hebben deze acties ook nadelen. Zo kan een storing aan het omgekeerde DRS zorgen voor harde crashes, terwijl het DRS aan het begin van het rechte stuk nog niet zo effectief is, terwijl de overgang van "open" naar "gesloten" op volle snelheid misschien voor grote spanningen in het materiaal zorgen. Mochten deze bezwaren echt te groot zijn, dan is het huidige DRS de beste oplossing.

Meer overwegingen
Het is te hopen dat de lelijke neuzen alleen in 2012 zijn te bewonderen. De onevenwichtige voor- en achtervleugel zouden in 2013 ook niet hoeven terug te keren vanwege DRS. Zelf vind ik de huidige formule 1-wagens te lang. Dat komt onder andere door de enorme brandstoftank. Nog steeds vind ik het jammer dat het bijtanken verboden is geworden. Als het sneller is om een keertje in de race bij te tanken, waarom zou dat dan niet mogen? Is bijtanken onveilig? Afgezien van Verstappens ongeluk in zijn tijd dat hij voor het illegale Benetton reed, zijn er geen gevaarlijke ongelukken gebeurd. In plaats daarvan rijdt men nu met brandbommen van auto's rond.

Door het verbod op bijtanken heeft Pirelli vorig jaar bij zijn herintrede besloten om banden te ontwikkelen die maar een paar ronden meegaan. Dit om het pitstopspektakel te vergroten. Dat is gelukt, maar de vraag is of het voor het steeds duurzamere imago van de formule 1 niet beter was als de banden iets langer mee konden gaan. Voor 2012 heeft Pirelli aangekondigd nog zachtere banden te produceren, omdat er in de tweede helft van 2011 weinig bandenproblemen meer waren. Leuk, maar ergens ook weer een stap in de verkeerde richting. Wanneer bijtanken zou worden toegestaan, zouden de banden juist weer iets slijtvaster kunnen worden, zonder dat er minder pitstops worden gemaakt.

Het bandenreglement was in 2011 een zwakke plek, doordat met name de topteams in de kwalificatie al banden moesten sparen voor de slijtageslag op zondag. In 2012 zal er waarschijnlijk meer spektakel zijn, omdat de teams dan alle toegewezen banden mogen gebruiken.

Kortom: voor het bandenreglement staan de neuzen voor dit jaar in ieder geval wel in dezelfde richting. Hopelijk worden die lelijke neuzen volgend jaar aan banden gelegd. De FIA is erin geslaagd de auto's steeds veiliger te maken, met het spektakel gaat het ook de goede kant op. Nu moeten de wagens er nog fatsoenlijk uitzien en misschien komt het dan weer helemaal goed met de sport.

19-02-2012

Met de Franse slag

Gisteren droeg ik mijn steentje bij aan de nipte zege die het bekerteam van BSG boekte op het B-team van Zukertort. Net als FM Henk, die opmerkte dat-ie al heel lang niet meer had gewonnen, wist ik het Frans te slopen in mijn eerste bekerwedstrijd in ruim twee jaar.

Het was geen gemakkelijke partij, want de hele tijd had ik het idee dat ik de stelling door een onoplettendheidje kon vergallen. Dat gebeurde gelukkig niet, waardoor ik tevreden kon zijn over mijn spel en het resultaat. Natuurlijk waren er nog steeds een heleboel leermomenten in de partij en daarom heb ik de partij eens lekker door de computer gehaald. Die vond nog een hoop verdedigingen voor zwart en rekende op het eind met gemak de winstvarianten uit, die ik na bijna vier uur spelen niet altijd meer zag. Ik hoop dat het wat is geworden!


Met dank aan Chessflash.

18-02-2012

Een sportief weekend

Het weekend is weer goed begonnen! Na een tamelijk intens avondje karten kon ik vanmiddag de Bussumse kleuren verdedigen in de bekerwedstrijd tegen mijn stadsgenoten. Het was de wedstrijd die twee weken geleden door ernstige infrastructuurproblemen werd afgeblazen. Uiteindelijk liep het allemaal toch nog goed af, maar daarover later meer.

Karten
Al heel lang wilde Rolex een avondje karten met mij. Hij zou zijn vader meebrengen en dan mocht ik op hun kosten rondjes rijden. Er werd uiteindelijk een datum geprikt: we zouden de 17e gaan rijden. Mij leek het leuk om nog wat andere mensen mee te vragen.  Allereerst vroeg ik of Ewood en m'n pa mee zouden willen. Daar hadden ze wel oren naar. Bij Stumaß kwam Pepijn toevallig rond dezelfde tijd op het idee om een keer te gaan karten. Ook daar was wel animo voor. De vraag was of we dan niet in een keer met z'n allen de baan onveilig konden maken.

Uiteindelijk wilden er drie studenten mee. Pepijn, die beweerde dat hij er erg goed in was, ging mee, net als Christina en Robert. Ook werd Danya, die alweer een tijdje weg was bij Stumaß, gevraagd. Ook zij ging mee, waarmee het uitje een beetje het karakter van een Stumaß-reünie kreeg. Andere vrienden (ik noem geen bijnamen) hapten niet toe, waardoor we met z'n negenen waren.

Gistermiddag ging Christina met mij mee naar huis, zodat we 's avonds met z'n vieren naar Huizen konden rijden. Mijn (ex-)huisgenoten gingen met de bus en Rolex ging met z'n pa mee. Op het allerlaatste moment werd besloten dat m'n ma mee zou gaan. Om foto's te nemen. Als dat maar goed zou gaan...

Loulou scheurde als een bezetene naar de haven van Huizen. Hij had er dus wel zin in. We waren tien minuten voor het afgesproken tijdstip en niemand was er verder nog. Terwijl de tijd verstreek, begon ik een beetje zenuwachtig te worden. Gelukkig kwamen m'n huisgenoten er toen aan. Toen was het al duidelijk dat het een andere avond zou worden dan anders. Er was zojuist een ambulance gearriveerd. De karts stonden verlaten op de baan, maar ik had geen idee wat er nou gebeurd was. Ik vreesde het ergste.

Ondertussen was Rolex er nog niet. Hij mag dan wel als bijnaam een horlogemerk hebben, desondanks is op tijd komen niet zijn sterkste punt. Maar zou dat voor zijn pa ook gelden? Op dat moment had ik wel spijt dat ik mijn telefoon niet had meegenomen. Gelukkig kwam hij even later alsnog. Als excuus voor zijn late verschijning voerde hij problemen met de TomTom aan.

Gelukkig voor ons waren de sessies vertraagd door het ongeval. Nu pas zag ik wat er gebeurd was:  een kart op een snel stuk tegen de vernieuwde vangrails geknald. Dat kan inderdaad pijn doen. Gelukkig was het slachtoffer bij kennis en wist deze op eigen kracht bij het ongeval weg te lopen. Wat er precies is gebeurd, is me niet bekend, maar het leek op een black out.

Het was erg druk in het café, waarschijnlijk omdat niemand aan het racen was. Ik vond dat er opvallend veel tuthola's waren. Voor ons was nog een groep die wilde reserveren en daarna kwamen wij. Rolex had gereserveerd, maar in plaats van dat we een aantal intekenformulieren kregen, moesten we ons op een computer met een niet al te gevoelig "tutsjskrien" aanmelden. Dan kregen we een bonnetje en daarmee werd de reservering bekrachtigd. Ik kende het systeem in ieder geval nog niet.

Eerste heat
Toen het eenmaal tijd was om te gaan racen, bleek dat de jasjes bijna op waren. Ik bleef van de ene verrassing in de andere rollen, want hoe kon dit nou weer? Buiten de kleedkamer stond een gast te schreeuwen dat de volgende heat bijna begon en of we op wilden schieten, waarna Ewood hem maar zei wat eraan scheelde. Uiteindelijk kon ik nog een jasje te pakken krijgen van een gast die net uitgereacet was, waarna ik ergens achterin de rij plaatsnam.

Mijn race begon overigens al goed. Ik was nog geen halve ronde ver, toen bij de brug iemand voor mijn neus spinde bij het aanremmen. Degene voor me kon het niet meer ontwijken en daardoor kon ik ook geen kant meer op. Toen de gestrande kart in het juiste spoor werd gezet, konden wij weer verder. Of niet, want terwijl ik de rem losliet, rolde m'n kart naar beneden, om vervolgens kansloos uit te rollen. De motor was afgeslagen... Toen zo'n baanpost m'n kart weer had gestart, kon ik eindelijk beginnen.

In de beginfase had ik nog vrij baan, daarna was ik steeds in gevecht met anderen. Hoewel ik het idee had dat mijn kart lekker reed, doemden er aan het eind van de "rechte" stukken vaak andere deelnemers naast me op, wat deed vermoeden dat mijn kart niet erg veel vermogen had. Dat vermoeden werd bevestigd door mijn rondetijden, want ik bleef steken op een snelste tijd van 36,80. Dat is bijna twee tellen trager dan mijn persoonlijk beste tijd.

In het café gingen we de data bekijken. Pepijn (of Pepiin, zoals hij zichzelf noemde) had geen woord te veel gezegd: hij was de snelste man van de sessie, hoewel Ewood, die iets trager was, een hoger gemiddelde had. De hondekop was een van de velen die mij een keer was gepasseerd. Wel had hij zich behoorlijk in het zweet gewerkt. Vlak voordat we de tweede sessie gingen rijden, trok hij zich terug op het toilet. Ook Danya had het wel weer gehad. Misschien stond het ongeluk bij binnenkomst op haar netvlies gebrand, of ging het allemaal toch wat sneller dan gedacht, want nu ging ze liever foto's maken.

Rondetijden in tabelvorm.

Tweede heat
Zodoende begonnen we de tweede heat zonder de twee personen die elkaars tweelingbroer/-zus hadden kunnen zijn. Het was wat rustiger geworden, hoewel ik daar zelf weinig van heb gemerkt. In het begin lag ik steeds in de clinch met Rolex' pa. Ik begon de race namelijk achter Christina, die mijn langzame kart van de vorige keer had. Ik kon haar echter niet snel passeren, waardoor ik een paar keer in de rondte werd getikt door die gast. Daar was ik niet echt blij mee.

Pas na enkele ronden had ik vrij baan en kon ik redelijke tijden rijden. De kart die ik nu had, was zo snel dat ik 'm bijna niet in bedwang kon houden. Het stuur was verder ook heel hard en glad, wat me daar niet bij hielp. Ik voelde me een beetje als Ewood: ik had het warm en ik had amper meer kracht over om het stuur voldoende te bewegen. Dat ging natuurlijk ten koste van mijn rondetijden, hoewel ik nu met 35,51 maar nauwelijks trager was dan Pepijn.

Rondetijden in de tweede heat.

Toch bleef ik na afloop met een paar vragen over: was het karten nu nou zo veel zwaarder dan vroeger, of is mijn conditie zo verslechterd? Jaren terug reed ik moeiteloos vier heats op een middag. In ieder geval was het wel gezellig met zo'n grote groep, hoewel ik ook maar weinig mensen heb gesproken. Misschien dat er maandag nog een nabeschouwing is...

De Stumaß-vrienden, inclusief Christina, gingen uiteindendelijk weer richting Amstelveen/Amsterdam, waarna wij met z'n allen nog even naar ons huis gingen om na te praten. Daar bleek dat de foto's helaas mislukt waren.

BSG-Zukertort
Vanmiddag bond BSG de strijd aan met Zukertort uit Amstelveen. Het was een soort mini-KNSB-competitie, namelijk de KNSB-beker. Het was de derde ronde van het knock-outtoernooi, die officieel voor 31 januari had moeten worden gespeeld, maar wat uiteindelijk niet lukte. Ditmaal was er geen inmenging van de competitieleider, waardoor de wedstrijd nu eindelijk gespeeld kon worden. Waar BSG met een redelijk sterk team kwam opdagen, kwam Zukertort niet met z'n beste vier spelers. Spelers als MadU Tan, Sybolt Strating en Tobías Kabòs bleven thuis. Wel toverden de bezoekers Fitzgerald Krudde uit de hoge hoed. Daarnaast hadden ze de trouwe Jelmer Sminia opgesteld en twee jeugdtalenten: Florian Jacobs en Gijs IJzermans.

De toss werd gewonnen door Zukertort, dat wit had aan bord één (zoals dat in de competitiewedstrijden ook gebruikelijk is, maar dat terzijde.) Ondergetekende zat aan bord vier dus met wit te spelen. Net als FM Henk had hij de taak een Franse verdediging te slopen. Het was geen gemakkelijke klus en pas in wederzijdse tijdnood werd het punt gedrukt, hoewel ik al die tijd wel beter had gestaan. Van de overige partijen heb ik niet heel veel gezien. Gelukkig had Henk eveneens een Frans puntje binnengehaald, waardoor Ewoods plusremise genoeg was voor de winst. Helaas bleef het daarbij, want Lenaard had een kansrijke stelling laten omtoveren in een verloren eindspel, waardoor de Amstelveense eer gered was.

 BSG (2232) 2½-1½ Zukertort (2136)
  1. E de Groote (2327) - Fitzgerald Krudde (2266) ½-½
  2. Henk van der Poel f (2265) - Jelmer Sminia (2230) 1-0
  3. Lennart Ootes (2196) - Florian Jacobs (2089) 0-1
  4. Jesper de Groote (2140) - Gijs IJzermans (1957) 1-0
De volgende ronde is tegen Caïssa. Weer een thuiswedstrijd voor mij!

12-02-2012

Zonder geluk vaart niemand wel

Gisteren pakte BSG een matchpunt in de meesterklasse. Behirder scoorde eveneens remise tegen jeugdtalent Nico Zwirs. Met een beetje pech was het een nul geworden en had BSG opnieuw verloren, maar ditmaal werd de Bussumse staartploeg ontzien door de schaakgoden. Dat mocht ook wel een keer.

Hoewel het voor de toeschouwers maar een saaie partij was, vond ik wel een leerzaam geheel. Laatst stond er in het clubblad van BSG een artikel over de waarde van stukken. Het was gebaseerd op een onderzoek van een grootmeester. Hoewel het inmiddels alweer ruim tien jaar tot de wetenschappelijke literatuur behoort, keek ik mijn ogen uit toen ik het las. Zo werd de waarde van het loperpaar vastgesteld op een half punt, terwijl een extra ontwikkelingszet een derde punt was.

Gisteren kreeg ik gelijk de kans deze waarden in de praktijk te toetsen. Doordat ik in de opening al snel mijn loperpaar opgaf, probeerde ik dat gemis te compenseren met een ontwikkelingsvoorsprong. Later deed ik het minder handig en gingen we een andere fase in, waarin wit moest proberen de doorbraak d3-d4 te spelen en waarbij zwart het moest tegenhouden. Hoewel ik niet best stond, hield ik me vast aan wat ik geleerd had van de partijen in Wijk aan Zee: mensen spelen niet als computers. Zelfs op het hoogste niveau rommelen ze maar wat aan. Een hele geruststelling. Uiteindelijk kon ik met een spreekwoordelijk blauw oog ontsnappen. Daarom heb ik maar even een positionele analyse gemaakt van dit resultaat tegen misschien wel een toekomstige grootmeester.



Met dank aan Chessflash!

De kinderhand van BSG

BSG pakt punt tegen Apeldoorn

Het helpt ons niet van de laatste plaats en de veilige achtste plek is nog steeds erg ver weg, maar eindelijk is het zover: BSG heeft een matchpunt gepakt in de meesterklasse en dat werd gevierd alsof het kampioenschap was binnengehaald.

Het was het eerste matchpunt van BSG in de meesterklasse in ruim tien jaar. Tot het begin van deze eeuw maakte BSG de hoogste klasse van de landelijke clubcompetitie onveilig met een leger (buitenlandse) grootmeesters. Toen de sponsoring werd stopgezet, speelde BSG vooral in de eerste en tweede klasse, behalve in het seizoen 2008-2009. Toen werden alle wedstrijden echter verloren in de meesterklasse en ook dit seizoen lukte het maar niet om indrukwekkende prestaties neer te zetten. Matchpunten bleven tot vandaag steeds buiten bereik.

Waren de lagere teams van Apeldoorn vroeger altijd de angstgegners van BSG, dan is BSG tegenwoordig juist een beetje de angstgegner van Apeldoorn. Drie jaar geleden behaalde BSG tegen Apeldoorn het beste resultaat van het verder magere competitiejaar: er werd eervol met 5½-4½ verloren. Dat zou nu beter moeten kunnen, want BSG was sterker geworden en Apeldoorn was eerder zwakker geworden. Extrapolerend zou er misschien wel een ruime overwinning kunnen worden behaald...

Tactisch
De wedstrijd begon in ieder geval hoopvol. Apeldoorn kwam in een "tactische" opstelling: de sterkste spelers werden aan de laagste borden gezet. Hierdoor had BSG aan de hogere borden een ratingplusje en dat gaf vertrouwen. Op bord drie en zes had BSG dankzij de "oude meesters" Berelowitsch en Pliester een ratingoverschot, terwijl ik van Large aan bord twee tegen de opgeofferde Arthur van de Oudeweetering (oude Arthur) ook minstens een punt verwachtte. Dan kwamen de matchpunten in ieder geval in zicht.

De score werd echter geopend met twee snelle remises. Robert Ris was als eerste klaar aan het kopbord tegen Stefan Kuipers en kon zich de rest van de dag in de analysezaal vermaken. FM Henk was niet helemaal gelukkig over de opening, maar wat wil je ook als je tegen Merijn van Delft, een wandelende openingsencyclopedie, speelt? Na een mindere voortzetting van de zwartspeler bleef Henk een vrij waardeloze pion voor, waarna de koningen maar tegenover elkaar werden gezet.

Leon Pliester was na zijn mindere resultaten teruggezet naar bord zes. Daar trof hij Armen Hachijan, de Open Nederlands Jeugdkampioen van vorig jaar, die in de meesterklasse echter vrij ongelukkig speelt. Tegen het getergde Loenreptiel had hij ook niet de juiste tegenstander gevonden om zijn score op te vijzelen, want al snel moest hij zijn koning omleggen. BSG op voorsprong!

Remise
De stand op de borden was eveneens prima: op de meeste borden stond BSG gewoon goed. Zo speelde Lenaard op het laatste bord Ilja Zaragatski weg. De man met het blauwe haar besloot een slappe afruilfransoos te spelen en dat idee was een schot in de roos. Werd hij drie jaar geleden nog door dezelfde tegenstander in de pan gehakt, nu bereikte hij een voorbeeldige stelling. Helaas kwam hij desondanks niet verder dan remise.

De remises aan de borden zeven en acht kwamen verschillend tot stand. Zo speelde Ton, de man met nul uit vijf, grootmeester Sebastian Siebrecht weg. Helaas lette hij eventjes niet op, waarna de grootmeester ongenadig toesloeg. Ton rechtte echter de rug en pakte zijn eerste halfje van het seizoen. Ondergetekende kwam tegen Nico Zwirs geleidelijk aan in de problemen. De witspeler meende het mooi af te kunnen maken, maar door wat stellingsgeluk bleef zwart op de been. Ook nu eindigde de partij in eeuwig schaak.

Toch weer op achterstand
Ondertussen had Frans Borm de volle laag gekregen van Roelieboelie. De bridgende IM was geen partij voor de IM van grootmeestersterkte. Hij zal zich ook wel hebben afgevraagd waarom uitgerekend hij tegen de sterkste man van Apeldoorn moest spelen, hoewel het maar de vraag was of Apeldoorn echt iets opschoot met die tactische opstelling: aan de onderste borden leverde het "maar" twee punten op, terwijl het "middenrif" wel danig was verzwakt.

Aan de kopborden lijkt de gok van Apeldoorn wel goed uit te pakken. Oude Arthur versloeg Large in een hectisch tijdnoodduel. Large besloot voor de verandering een keer de Worrall te spelen (goed voorbeeld doet goed volgen), maar deed dat niet helemaal op een manier waarmee je IM-normen kunt scoren. BSG kwam zodoende zelfs op achterstand.

Er waren nog twee betere stellingen over. Ewood had een academisch plusje tegen Sjef Rijnaarts, maar daar krijg je geen extra punten voor. Grote Beer moest dus het matchpunt redden en dat deed hij met verve. In een eindspel wist hij een miniem plusje in een vol punt om te zetten en daarmee werd hij de held van de middag. BSG ging uit z'n dak vanwege het behaalde gelijkspel. Zo zie je maar weer: een kinderhand is gauw gevuld.

Al met al was het gelijkspel wel verdiend tegen de ploeg die tegen de huidige nummers één en twee van de competitie drie matchpunten pakte. Met een beetje geluk had BSG de wedstrijd kunnen winnen, met een beetje pech had BSG weer achter het net gevist. Al met al lijkt het ene punt me een redelijke beloning. Hopelijk heeft BSG nu de smaak te pakken en kunnen de laatste drie duels met het nodige vertrouwen worden aangegaan.

Uitslagen

BSG (2313) - Apeldoorn (2376) 5-5
  1. Robert Ris m (2385) - Stefan Kuipers f (2399) ½-½
  2. Lars Ootes (2350) - Arthur van de Oudeweetering m (2300) 0-1
  3. Alexander Berelowitsch g (2575) - Alexander Kabatianski m (2395) 1-0
  4. Henk van der Poel f (2265) - Merijn van Delft m (2416) ½-½
  5. Ewoud de Groote (2327) - Sjef Rijnaarts f (2289) ½-½
  6. Leon Pliester m (2366) - Armen Hachijan (2223) 1-0
  7. Jesper Groote (2140) - Nico Zwirs (2276) ½-½
  8. Ton van der Heijden (2278) - Sebastian Siebrecht g (2468) ½-½
  9. Frans Borm m (2248) - Roeland Pruijssers m (2509) 0-1
  10. Lennart Ootes (2196) - Ilja Zaragatski m (2486) ½-½
BSG 2
De feestvreugde werd nog groter doordat BSG 2 eveneens vijf bordpunten pakte. Koploper Sliedrecht werd met 5-3 naar huis gestuurd, waardoor het eerste achttal van BSG de degradatieplaatsen verliet. Hoewel de degradatiezorgen nog steeds niet voorbij zijn, ziet de wereld er ineens een stuk beter uit. Er is weer hoop.

07-02-2012

De doornstruikrevolutie

De vervloekte titel

Het was half één 's middags. Met knikkende knietjes stonden elf mooiweervoetballers op een door duiven bezet knollenveld te wachten op het eerste fluitsignaal. Een fluitsignaal dat een anderhalf uur durende lijdensweg zou inluiden, want de tegenstanders waren veel groter en sterker dan de iele ventjes van de thuisploeg. De voorspellingen kwamen uit. De mooiweervoetballers uit Amsterdam kwamen niet een keer in de buurt van het vijandelijke doel, in tegenstelling tot de reuzen uit Utrecht, die zelfs twee keer scoorden.

Het is maar al te duidelijk: de "fluwelen revolutie" van Johan C. heeft Ajax nog verder kapotgemaakt. Natuurlijk was het al slecht gesteld, maar wat wil je ook met een conditietrainer die de spelers steeds minder fit maakt en een publiek dat nog nooit iemand heeft aangemoedigd? Dan heb je nog het lachwekkende aankoopbeleid van de vorige trainers Marco Pannekoek van Basten en Martin 10 miljoen Jol, die de club met een flink budgettekort, maar zonder prijzen achterlieten.

Hoewel Frank de Boer vooral goed is in slap lullen, heeft hij het niet onaardig gedaan, getuige het voor de poorten van de hel binnengesleepte kampioenschap. Momenteel hebben de prestaties wel ernstig te lijden onder de steeds verder uitdiepende crisis binnen de club. De revolutie die eerst nog met fraaie benamingen werd begroet, is niets anders dan een vies moddergevecht, waarin voorlopig geen winnaars zijn aan te wijzen. De doornstruikrevolutie gaat nog vrolijk door en stopt waarschijnlijk pas als Ajax helemaal vernietigd is. Terwijl de hele wereld over de mogelijke massavernietigingswapens van Iran valt, worden ze in Amsterdam gewoon ingezet.

Toch maakten de afgelopen weken één ding duidelijk: slechter dan dit kan niet. Doel was om in 2012 een aanval te doen op de landstitel. Daarom treurde ook niemand om de bekeruitschakeling door AZ. Als de competitiewedstrijd tegen de provinciegenoot maar gewonnen werd! Ajax mocht z´n handen dichtknijpen met het behaalde gelijkspel. Vervolgens werd pijnlijk verloren van Feijenoord, waarna angstgegner Utrecht moeiteloos de drie punten uit de ArenA ophaalde. Door de bekeruitschakeling is de kans om het seizoen met nog een prijs af te sluiten nihil geworden, want de titel is verder weg dan ooit. Kortom: wat er ook gebeurt, alles is beter dan wat er nu aan de hand is.

Daarom is het ergens wel goed dat C. door de rechter in het gelijk is gesteld. Toch is het maar de vraag of het met C. erbij beter zal gaan. Verwacht een hoop ruzies en weinig discipline van de man die als een verlosser werd binnengehaald. Erg professioneel zal Ajax de komende jaren niet bestuurd worden. Dat is niks nieuws, want dat gebeurde de afgelopen jaren ook niet. De naam Ajax lijkt synoniem te staan voor mismanagement en dat is eeuwig zonde. Nu wordt PSV met Fred Spraakgebrek (die ik het nog wel gun) of FC Twente met Stiev McClaren (die dan helemaal denkt dat hij een briljante coach is) kampioen en daar is helemaal niks meer aan te doen. :(

04-02-2012

BSG-Zukertort

Infrastructuurproblemen

Gisteravond zou BSG Zukertort Amstelveen ontvangen voor de derde ronde van de KNSB-beker. Het zou een mooie afsluiting van de week moeten worden. Terwijl het buiten vroor dat het kraakte, zouden wij lekker in ons vertrouwde Denksportcentrum een potje schaak spelen, om vervolgens weer snel thuis te zijn, waarna er een verslag zou komen over de spannende wedstrijd.

Helaas wilden de weergoden hier niet aan meewerken. Gisterochtend begon het namelijk lichtjes te sneeuwen. De sneeuwvlokjes bedekten de wereld met een dun wit laagje, nog te dun om sneeuwballen van te maken of om een sneeuwpop van te rollen, maar genoeg om de infrastructuur in de Randstad volledig plat te leggen, zo bleek.

Zelf vertrok ik kort na het middaguur vanuit Amstelveen voor een reis die normaalgesproken ongeveer een uur duurt. Ik hoopte maar dat de treinen fatsoenlijk zouden rijden, maar daar ging ik wel van uit. Het zou niet al te druk zijn en de sneeuw stelde weinig voor. Bovendien zou de NS toch wel hebben geleerd van de vorige winter?

De metroreis verliep zonder problemen, maar op Zuid waren de eerste tekenen van een verstoorde dienstregeling al zichtbaar. De treinen waren vertraagd door het winterweer. Gelukkig ging er een intercity richting Almere en deze zou vanwege de vele vertragingen en uitgevallen treinen ook stoppen in Weesp. Dat was mooi, want dan kon ik daar overstappen op een trein richting Utrecht of Amersfoort.

Dat deel van het plan ging nog goed, hoewel de trein tussen Diemen Zuid en Weesp een kwartier stil bleef staan. Daarna kwamen we op Weesp aan, maar was er geen spoor van een trein richting Utrecht. Er reed eigenlijk niks meer. Wel reed er een trein richting Schiphol en ons werd geadviseerd om daar maar in te stappen, zodat we in Duivendrecht konden overstappen op een trein richting Utrecht, want in Weesp zou voorlopig niks meer rijden.

Ik zag dat praktisch iedereen naar de andere kant van het station liep, dus deed ik dat ook maar. Ik haalde de trein op het laatste moment. Het doel was dus om in Duivendrecht uit te stappen, maar in Diemen Zuid stond ineens een trein in de richting van Utrecht klaar. Daar kwam ik pas achter toen een heleboel mensen waren uitgestapt. De deuren konden ieder moment sluiten, dacht ik, dus durfde ik niet meer uit te stappen. De deuren van mijn trein gingen dicht en ik stapte in Duivendrecht uit.

Ik hoopte dat hier ook weer een trein richting Utrecht zou komen, maar er reden slechts treinen richting Almere. Daar had ik weinig aan, want dan moest ik er in Weesp weer uit. Er kwam echter een oproep dat er een intercity naar Utrecht ging. Ik dacht dat ik vanuit Utrecht wel weer makkelijk naar Bussum zou kunnen, maar in Utrecht was het helemaal een zooitje. Er stond een trein die richting Weesp zou gaan, maar na veel omroepberichten bleek dat het ding lekker op z'n plek bleef. Wel gingen er treinen naar Baarn, maar wat had ik daar nou aan?

Het was inmiddels spitsuur en het station was enorm druk. Verder stonden de wegen vast, dus kon ik ook moeilijk worden opgehaald. Desondanks besloot ik te kijken of er ook een bus naar Hilversum ging. Op het overzichtsbord zag ik dat Utrecht goed verbonden is met de gehuchten ten zuiden ervan, zoals bijvoorbeeld Vianen, dat alweer tien jaar in Utrecht ligt, maar niet met plaatsjes in Noord-Holland. Alleen noordelijker gelegen plaatsjes als De Bilt en Amersfoort waren bereikbaar met de bus. Het NS-personeel deelde vrolijk mee dat de treinen pas na zevenen zouden gaan rijden (het was toen vijf uur.) Ik was bang dat ik nooit meer weg zou komen.

Gelukkig hoorde ik toen een bericht dat er een trein richting Hilversum ging. Aangezien het de eerste trein in lange tijd was die in die richting ging, probeerde een hele sliert mensen zich in die trein te wurmen. Opgepropt als een stel sardientjes stonden we daar dan met z'n allen. Het duurde nog een hele tijd voordat de trein wegreed, waarna ik maar naar huis belde dat ik er aan zou komen.

Rond een uur of zes stapte ik eindelijk uit de trein, waarna ik m'n fiets pakte. Ik was de stalling nog niet uit, of ik voelde dat er iets aanliep: een gesprongen bagageriem was om m'n achteras gekomen. Dat kon er ook nog wel bij... Zodoende was ik na bijna zes uur eindelijk thuis en kon ik voor het eten aanschuiven.

De bekerwedstrijd ging uiteindelijk dus niet door, wat ik niet erg vond. Bijna iedereen van BSG was vertraagd. Ik neem aan dat de spelers van Zukertort dezelfde problemen hadden, zij moesten immers ook uit Amstelveen komen. De wedstrijd zal dus op een andere dag moeten worden overgespeeld, maar het zal niet gemakkelijk worden om een nieuwe datum vinden: volgende week zaterdag is er weer een competitieronde, wat de vrijdagavond ervoor geen aantrekkelijke optie maakt. Ook moeten we opschieten, omdat de deadline van deze ronde officieel 31 januari is en dat is het dus al geweest. De KNSB kennende kan dit nog een vervelend staartje krijgen, dus misschien dat ze ons verplichten de wedstrijd aanstaande maandag over te spelen.

NS
Tot slot nog maar even uithalen naar de NS. De gebeurtenissen van gisteren toonden eens te meer aan dat het met de NS nooit wat zal worden. Ieder jaar is het weer raak: er valt een beetje sneeuw en meteen staat de Randstad muurvast. Immers: doordat de treinen niet rijden, gaan mensen liever met de auto, of moeten van de stations worden opgehaald, waardoor er (in combinatie met het weer) extreme filevorming ontstaat. Op die manier verspreidt het probleem van de NS zich over de hele infrastructuur. Dat legt een grote verantwoordelijkheid bij de NS om er geen potje van te maken, maar keer op keer laten ze het bij "extreme" omstandigheden afweten, ondanks dat ze altijd beweren dat ze "winterklaar" zijn. Toch vriezen er elke winter wissels vast. Hoe kan dat toch?

Als reiziger vind ik één ding nog erger dan de vertragingen: het gebrek aan informatie. Als er gedonder is aan het spoor, weet ineens NIEMAND meer welke treinen nog wel rijden en welke niet. Zonder informatie of zelfs met desinformatie word je van het kastje naar de muur gestuurd, zonder op je eindbestemming aan te komen. De omroepberichten maken het bijna nog erger met onpersoonlijke standaardopmerkingen dat ze de overlast betreuren en dat er warme dranken zijn te verkrijgen bij de Kiosk. Had daarmee de wissels ontdooid, denk ik dan. Verder wisten ze de reizigers te vervelen met de opmerking dat je je reis maar zorgvuldig moest plannen door op de NS-site op te zoeken welke treinen reden en welke niet. Daar heb je lekker veel aan als je onderweg bent. Bovendien kon de site het drukke internetverkeer niet meer aan... De NS is wel de epic fail van in ieder geval deze maand.

Ik heb m'n lesje wel geleerd: de volgende keer bel ik gewoon m'n ouders op of ze me kunnen ophalen als het een beetje sneeuwt. :(